Negen op de tien bedrijven zien nog geen productiviteitswinst van AI
Negen van de tien bestuurders die AI in hun bedrijf gebruiken, meldden de afgelopen drie jaar geen meetbaar effect op de arbeidsproductiviteit. Dat blijkt uit een enquête onder bijna 6.000 CEO's, CFO's en senior financials in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Australië, afgenomen tussen november 2025 en januari 2026 door onderzoeksteams van de Federal Reserve Bank of Atlanta, de Bank of England en de Duitse Bundesbank. Van diezelfde bedrijven gebruikt 69 procent AI al actief. Adoptie is geen probleem meer. Effect wel.
Deze week leverden de dagelijkse artikelen van Project Alithea eenzelfde patroon op: een clouddeal die Europa's rekenkracht in Amerikaanse handen laat, een preferentiebeleid achter 71 procent van de Nederlandse medicijntekorten, een laadpaalfabriek failliet naast een batterijpark dat 180 miljoen euro ophaalde. Telkens zat de schaarste niet in de techniek, maar in de laag eromheen. Deze nieuwsbrief zoekt de meest onderschatte versie van dat patroon op: waarom AI tijd bespaart per taak, en waarom bedrijven daar nog nauwelijks iets van terugzien.
De week in zeven stacks
Energy. Op 31 augustus ging laadpalenbouwer We Drive Solar failliet. Een dag later haalde batterijpark Sirius in Winschoten 180 miljoen euro op voor exact hetzelfde product: netflexibiliteit. Het verschil zat in een tollingcontract dat banken konden financieren, een gedistribueerd V2G-aanbod niet. Zie De laadpaalfabriek ging failliet, het batterijpark haalde de dag erna 180 miljoen op. Diezelfde week groeide de Nederlandse warmtepompverkoop maar 6 procent ondanks een gunstiger belastingverhouding tussen stroom en gas, zie De rekensom klopt sinds 1 januari, de markt groeit maar 6 procent. Bij drijvende zonnepanelen zette een ontbrekende norm voor lichtinval op oppervlaktewater de vergunningverlening juist stil, zie Onder het paneel wordt het donker.
Information. Brussel trekt 20 miljard euro uit voor Europese AI-gigafabrieken, maar volgens econoom Cecilia Rikap draaien de getrainde modellen straks alsnog op Amerikaanse cloud omdat het platform eromheen ontbreekt. Zie Europa bouwt de rekenkracht, Big Tech verhuurt hem. Vanaf 12 januari 2027 verdwijnen overstapkosten voor clouddiensten volledig onder de Data Act, al verschuift de vraag dan naar wat in de kleine letters overblijft: reguliere egress, contractboetes en maatwerkkosten blijven toegestaan. Zie Vertrekken bij de cloud wordt gratis in 2027, de rekening verhuist naar de kleine letters.
Health. De KNMP registreerde in 2025 1.134 nieuwe geneesmiddelentekorten in Nederland, waarvan 71 procent viel onder het preferentiebeleid van zorgverzekeraars: één aangewezen leverancier per molecuul. Het aantal leveranciers per geneesmiddel daalde van 3,3 in 2016 naar 2,6 nu. Zie 71 procent van de medicijntekorten valt onder één inkoopregel.
Materials. Nederland bestelde vier kerncentrales zonder zelf een zware smeedpers te bezitten, de installatie die de grootste reactoronderdelen in één stuk moet vormen. Een hybride proces dat een 3D-geprint mandrijn combineert met traditioneel smeedwerk biedt een omweg voor lekvrije nucleaire componenten. Zie Nederland bestelt vier kerncentrales en bezit geen enkele zware smeedpers.
In de overige stacks, food, education en time, verschenen deze week geen eigen publicaties.

AI bespaart tijd per taak, de organisatie merkt er niets van
Het onderzoek achter het cijfer van 89 procent komt van de Federal Reserve Bank of Atlanta, de Bank of England, de Duitse Bundesbank en Macquarie University, gepubliceerd als NBER Working Paper 34836 door Ivan Yotzov en twaalf coauteurs. De onderzoekers stelden identieke vragen aan bestuurders in vier landen. AI-gebruik verschilt sterk per land: 78 procent in de Verenigde Staten, 59 procent in Australië. De meest gebruikte toepassing is tekstgeneratie met taalmodellen, bij 41 procent van de bedrijven. Grotere, productievere en beter betalende bedrijven gebruiken AI vaker dan kleine en oudere bedrijven. Toch meldde meer dan 90 procent van de bestuurders geen effect op de werkgelegenheid over de afgelopen drie jaar, en 89 procent geen effect op de arbeidsproductiviteit. Bij de minderheid die wel een effect meldde, was de gemiddelde productiviteitswinst 0,29 procent: nauwelijks meetbaar.
Opvallend is het verschil tussen verleden en toekomst. Dezelfde bestuurders verwachten dat AI de arbeidsproductiviteit de komende drie jaar met 1,4 procent verhoogt en de werkgelegenheid met 0,7 procent verlaagt. Onder Amerikaanse werknemers, apart bevraagd, liggen die verwachtingen tegenovergesteld: zij voorzien 0,5 procent meer werkgelegenheid, tegenover de 1,2 procent daling die Amerikaanse bestuurders verwachten. Iedereen rekent op een grote toekomst. Niemand meet een groot verleden.

Gedragsdata bevestigen waar de tijdswinst blijft steken. De ActivTrak Productivity Lab analyseerde 443 miljoen uur digitale werkactiviteit bij 1.111 organisaties en 163.638 werknemers over de periode 2023 tot en met 2025, gepubliceerd in het 2026 State of the Workplace rapport. Tachtig procent van de werknemers gebruikt inmiddels AI-tools op het werk, met een gemiddeld bedrijf dat zeven of meer AI-tools inzet tegen twee in 2023. De werkdag kromp met 2 procent, van 8 uur 53 naar 8 uur 44. Maar in een deelanalyse van 376 bedrijven en 10.584 gebruikers, die werkactiviteit 180 dagen voor en na AI-invoering vergeleek, daalde de dagelijkse geconcentreerde werktijd van AI-gebruikers met 23 minuten. Vergadertijd steeg 34 procent, multitasken 12 procent, en werk in het weekend meer dan 40 procent. De bespaarde tijd per taak verdwijnt dus niet in vrije tijd. Ze verdwijnt in meer coördinatie.
Een tweede ActivTrak-cijfer legt de kern van de paradox bloot. Werknemers die 7 tot 10 procent van hun werktijd in AI-tools doorbrengen, tonen de hoogste productiviteit van elke gebruiksgroep: 95 procent. Slechts 3 procent van alle AI-gebruikers valt in die band. De meeste gebruikers zitten eronder, met te weinig routine om er voordeel uit te halen, of erboven, waar controle en correctie van AI-output de tijdswinst weer opeten.
Nederlandse cijfers wijzen in dezelfde richting. Het CBS paste in november 2025 de OESO-methode uit het AI Diffuse project toe op Nederlandse bedrijven. Ruwe cijfers suggereren dat AI-gebruikers 8 procent productiever zijn dan niet-gebruikers. Zodra de steekproef wordt herwogen naar de volledige bedrijvenpopulatie, zakt dat verschil naar 1,5 procent, een verschil dat statistisch niet significant is. Het effect concentreert zich bovendien bij grote bedrijven: plus 19 procent bij bedrijven met 250 of meer werknemers, min 10 procent bij bedrijven met 10 tot 19 werknemers. Wanneer het CBS corrigeert voor aanvullende factoren zoals ICT specialisten, personeelstraining en snelle breedbandverbindingen, verdwijnt het resterende verschil grotendeels. De vermeende productiviteitswinst van AI blijkt dan vooral een winst van de bedrijven die deze aanvullende voorzieningen al hadden.
De rekenkracht is niet de schaarse factor meer. Taalmodellen zijn breed toegankelijk, de kosten per token dalen al twee jaar, en 69 tot 80 procent van de bedrijven in de onderzochte landen gebruikt ze actief. Wat schaars blijft is het vermogen van een organisatie om de bespaarde tijd daadwerkelijk om te zetten in output: getrainde medewerkers, herontworpen workflows, en een verificatielaag die AI-fouten opvangt zonder de winst weer op te eten. Dat is het patroon dat Brynjolfsson, Rock en Syverson in 2021 een J-curve noemden: de kosten van complementaire investeringen gaan voor de baten uit.

Adoptie is massaal, het gemeten effect nog niet. Bronnen: NBER Working Paper 34836 (Yotzov, Barrero, Bloom e.a.), gepubliceerd mei 2026. ActivTrak 2026 State of the Workplace, 11 maart 2026. CBS, Kenmerken van bedrijven die AI-technologie gebruiken, 2 november 2025.
De economie erachter
De winnaars van dit patroon zijn de bedrijven die de complementaire laag al hadden voordat AI arriveerde: eigen ICT specialisten, getrainde medewerkers, snelle infrastructuur. Voor hen is AI een versneller op een fundament dat al stond. Voor kleinere bedrijven zonder die laag is AI een kostenpost zonder gegarandeerde opbrengst, wat het negatieve productiviteitsverschil bij de kleinste Nederlandse bedrijven verklaart. AI vergroot zo een bestaande kloof in plaats van hem te dichten.
Het rebound risico zit in het gedrag zelf. ActivTrak registreerde dat tijd in vrijwel elke werkcategorie toenam na AI-invoering, van 27 tot 346 procent, met e-mail plus 104 procent en chatberichten plus 145 procent. Een organisatie die tijd bespaart op de ene taak, vult die tijd kennelijk automatisch met meer van de andere. Zonder bewust ontwerp verdwijnt een individuele tijdsbesparing in extra vergaderingen, extra controle en extra kanalen, in plaats van in output of vrije tijd.
Wie profiteert, hangt af van wie de vrijgekomen tijd bewust herbestemt. Bedrijven die AI-gebruik koppelen aan workflowherontwerp, zoals de smalle groep die op 7 tot 10 procent gebruikstijd zit, boeken wel de volledige winst. De rest betaalt de licentiekosten en krijgt drukte terug in plaats van productiviteit.

Implicatie voor de information-stack
Voor de information-stack draait dit patroon de gangbare volgorde om. Schaarste zat lange tijd in rekenkracht en modelkwaliteit. Beide zijn in twee jaar tijd overvloedig geworden: goedkoop, toegankelijk, en bij zeven tot acht op de tien bedrijven al in gebruik. De nieuwe schaarste zit in het organisatievermogen om die overvloed te verzilveren: getrainde mensen, herontworpen processen, en een verificatielaag die AI-fouten opvangt zonder de tijdswinst op te eten. Dat raakt ook de time-stack: tijd die AI vrijmaakt, is geen automatisch bezit van de organisatie. Ze moet bewust worden geclaimd, anders vult ze zichzelf met vergaderingen en controle.
Wat te volgen komende week
Drie indicatoren. Eén: de volgende ActivTrak State of the Workplace meting, verwacht begin 2027, en of het aandeel gebruikers in de optimale band van 7 tot 10 procent boven de huidige 3 procent uitstijgt. Twee: de CBS vervolgstudie op de kenmerken van AI-gebruikende bedrijven, die zal laten zien of de niet-significante 1,5 procent productiviteitspremie van 2021 met recentere cijfers verandert. Drie: de kwartaalcijfers arbeidsproductiviteit van het CBS, waarin de stijging van 2,4 procent in 2025, de hoogste in twintig jaar, óf doorzet óf terugzakt naar het tienjaarsgemiddelde van 0,3 procent per jaar.