Vertrekken bij de cloud wordt gratis in 2027, de rekening verhuist naar de kleine letters
Op 12 januari 2027 mag geen enkele aanbieder van dataverwerkingsdiensten in de Europese Unie nog geld vragen aan een klant die vertrekt. Artikel 29 van de Dataverordening, Verordening (EU) 2023/2854, verbiedt dan elke overstapvergoeding. Daaronder vallen expliciet de egress-kosten: de rekening per gigabyte die een cloudaanbieder stuurt zodra een klant zijn eigen data naar buiten haalt. Sinds de verordening op 12 september 2025 van toepassing werd, mogen die kosten al niet hoger zijn dan de werkelijke directe kosten die de aanbieder maakt. Over ruim een jaar moeten ze nul zijn.
Dat is een prijs die verdwijnt. Het is niet hetzelfde als een deur die opengaat.
De egress-rekening was zelden een weerspiegeling van wat dataverkeer werkelijk kost. Het was een drempel. Een migratie die op reken- en opslagkosten verstandig leek, viel uit elkaar zodra iemand de uitvoerrekening over een paar honderd terabyte doorrekende. De aanbieder hoefde het behoudargument niet op inhoud te winnen. De heffing won het voor hem. Dat is schaarste als ontwerpkeuze in zijn zuiverste vorm: niet een tekort aan capaciteit, maar een tarief dat de uitgang onbetaalbaar maakt.
Hoe we hier kwamen
De Europese cloudmarkt groeide tussen 2017 en 2024 met een factor zes, tot 61 miljard euro, becijfert Synergy Research Group. In diezelfde periode verdrievoudigden Europese aanbieders hun omzet. Toch zakte hun marktaandeel van 29 procent in 2017 naar 15 procent in 2022, en daar staat het sindsdien vrijwel stil. Amazon, Microsoft en Google nemen samen 70 procent van de regionale markt. De grootste Europese partijen, SAP en Deutsche Telekom, komen elk niet verder dan 2 procent.
Groeien en toch verliezen: dat is geen productfalen. Het is een schaalspel. Amerikaanse aanbieders investeren volgens Synergy zo'n 10 miljard euro per kwartaal in Europese capaciteit. Tegen dat tempo kan geen Europese partij op. De uitgangsheffing was de sluitsteen van dat model. Wie eenmaal binnen was, bleef, en elke nieuwe workload verdiepte de afhankelijkheid.
De economie erachter
Een verbod op overstapkosten schaft de commerciële prikkel erachter niet af. De kosten verhuizen naar categorieën die de verordening intact laat. Gewone egress tijdens normaal gebruik blijft toegestaan, en een aanbieder heeft er alle belang bij vertrekverkeer als regulier verkeer te boeken. Een evenredige boete bij voortijdige beëindiging van een vast contract blijft ook overeind. Een driejarige capaciteitsverbintenis die vandaag wordt getekend, is straks de nieuwe uitgangsprijs. En maatwerk bij migratie mag nog steeds worden gefactureerd, wat ruimte geeft om routinematige export als premium ondersteuning te herclassificeren.
Het diepere probleem zit niet in de rekening maar in de vorm. Het recht om zonder kosten te vertrekken is niets waard als wat je meeneemt aan de andere kant niet draait. De verordening legt aanbieders daarom ook een plicht tot functionele gelijkwaardigheid op, maar die is veel moeilijker af te dwingen dan een tarief van nul. Data in een gesloten formaat, een beheerde dienst zonder equivalent elders, een identiteitslaag die de hele organisatie draagt: dat zijn de echte sloten.
Er is bovendien een terugslagrisico. Als vertrekken gratis wordt, daalt de gepercipieerde prijs van instappen ook. Organisaties die eerder aarzelden vanwege lock-in kunnen juist nu instappen, waarmee de concentratie toeneemt in plaats van af. Wie wint, hangt af van of klanten de vrijgekomen optie ook echt uitoefenen, of alleen op papier bezitten.
Implicatie voor de informatie-stack
Nederland heeft de knop wel omgedraaid, maar zacht. De ministerraad keurde op 3 juli 2026 de herziening van het rijksbrede cloudbeleid goed. Staatssecretaris Willemijn Aerdts schrijft aan de Tweede Kamer dat opslag en verwerking in de publieke cloud beperkt worden tot de EER, dat data versleuteld moeten zijn, en dat e-mail en documentbeheer bij voorkeur op interne servers thuishoren in plaats van bij Microsoft of AWS. Nieuw is een verplicht exitplan dat ook een scenario van disruptieve onderbreking beschrijft, jaarlijks te herzien en te melden bij CISO Rijk.
Twee cijfers zetten dat in perspectief. Overheidsorganisaties krijgen vier jaar om de aanpassingen door te voeren, en er is geen extra geld beschikbaar. En de Algemene Rekenkamer stelde in 2025 vast dat de toen al verplichte risicoanalyse bij materieel cloudgebruik in 67 procent van de gevallen niet werd gemaakt. Een beleid dat nog een plan bovenop een analyse stapelt die twee derde van de organisaties oversloeg, koopt vooral tijd. Defensie en de Hoge Colleges van Staat vallen er niet eens onder.
Voor de informatie-stack is dit het kernpatroon: de schaarste zat in het contract, niet in de techniek, en het contract verandert nu sneller dan het vermogen om ervan gebruik te maken. Dat de wereldwijde poging om los te komen van de grote techbedrijven telkens blijft steken, is precies het onderwerp van een recente analyse van Rest of World, zie de ontwikkelingen-feed. Het patroon is overal hetzelfde: het beleid loopt voor op de uitvoeringscapaciteit.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden duidelijk of er iets beweegt. Ten eerste het Europese marktaandeel van Europese aanbieders in de kwartaalcijfers van Synergy: blijft dat in 2027 op 15 procent hangen, dan heeft het schrappen van de uitgangsheffing niets veranderd. Ten tweede de looptijd van cloudcontracten die de rijksoverheid dit jaar afsluit, want elke verbintenis van drie jaar of langer verplaatst de exitprijs simpelweg naar de beëindigingsclausule. Ten derde het aandeel materieel cloudgebruik met een getoetst exitplan, waarbij de 67 procent zonder risicoanalyse uit 2025 als nulmeting dient.