De laadpaalfabriek ging failliet, het batterijpark haalde de dag erna 180 miljoen op
Op 31 augustus 2026 verklaarde de rechtbank Overijssel de productie- en ontwikkelbedrijven van We Drive Solar in Hengelo failliet. Het Utrechtse bedrijf was in Nederland de bekendste naam achter bidirectioneel laden: auto's die stroom terugleveren aan het net. Als reden noemt het bedrijf aanhoudende prijsdruk en concurrentie op de markt voor publieke laadpunten. De V2G-diensten voor particulieren, samen met Renault, lopen door. De laadpaalfabriek niet.
Een dag later, op 1 september, tekenden projectontwikkelaar Return en energiebedrijf Vattenfall een meerjarige overeenkomst voor Sirius: een batterijpark in Winschoten van 200 megawatt en 800 megawattuur. Totale investering: circa 180 miljoen euro. Commerciële ingebruikname staat gepland voor het vierde kwartaal van 2027.
Twee bewegingen in dezelfde week, in dezelfde markt. Beide gaan over hetzelfde product: flexibiliteit op een vol stroomnet. De ene beweging kreeg vijf banken achter zich. De andere kreeg een curator.
Hoe we hier kwamen
Nederland heeft een tekort aan flexibiliteit, niet aan opslag. Dat klinkt tegenstrijdig, tot je de getallen naast elkaar legt.
Eind 2024 telde het CBS 84 grote batterijen van minimaal 1 megawattuur, samen goed voor 350 megawatt vermogen en 620 megawattuur opslag. Het opgestelde vermogen groeide dat jaar met 53 procent. Sirius alleen is met 800 megawattuur groter dan de complete Nederlandse batterijvloot van twee jaar geleden.
Ondertussen stond er eind juni 2026 volgens cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 745.389 volledig elektrische personenauto's in Nederland, ruim 22,5 procent meer dan een jaar eerder. Bij een aangenomen gemiddelde bruikbare accucapaciteit van 60 kilowattuur, ongeveer het marktgemiddelde voor het huidige Nederlandse BEV-park, staat daar circa 45 gigawattuur aan opslag op opritten en parkeerplaatsen. Dat is ruwweg 56 keer de capaciteit van Sirius. Die vloot laadt aan meer dan 129.000 openbaar toegankelijke laadpunten en naar schatting 650.000 thuislaadpunten.
De grootste batterij van Nederland is dus al gebouwd. Hij staat alleen verspreid over driekwart miljoen auto's, en er is geen partij die hem als één systeem kan verkopen.
De economie erachter
Het verschil zit in de contractvorm. Sirius draait op een tollingovereenkomst: Vattenfall betaalt een vaste vergoeding en krijgt daarvoor de volledige 800 megawattuur ter beschikking. Die vaste vergoeding is precies wat een bank wil zien. De financiering loopt via een bredere portfoliofinanciering van Return waarvoor ING, NatWest, Deutsche Bank, ABN AMRO en Rabobank samen tot 400 miljoen euro beschikbaar stelden.
Daar komt een tweede ontwerpkeuze bij. Sirius opereert onder Time-Dependent Transmission Rights, tijdsafhankelijke transportrechten. De batterij stemt laden en ontladen af op de transportcapaciteit die op dat moment vrij is. Geen wachtrij, geen nieuwe kabel, geen tien jaar vergunningen. Het project omzeilt de netcongestie door contractueel af te spreken wanneer het niet aanwezig is.
Gedistribueerde flexibiliteit heeft geen van beide. Een V2G-aanbieder verkoopt hardware aan losse huishoudens in een markt waar de laadpaal een commodity is geworden. De opbrengsten liggen op de onbalans- en day-aheadmarkt, maar de kosten en de klantrelatie liggen bij duizenden individuen die elk hun auto morgen ergens anders kunnen parkeren. Er valt geen vaste vergoeding op te bouwen, dus valt er ook geen 180 miljoen euro op te lenen. Oprichter Robin Berg zei eind augustus nog dat hij de productie zou opschalen. De markt waarin hij dat moest doen was de val.
Wie wint: partijen met balansverantwoordelijkheid en toegang tot bankfinanciering. Vattenfall wil minimaal 1,5 gigawatt aan externe batterijcapaciteit contracteren, Return heeft meer dan 8 gigawatt in ontwikkeling. Wie verliest: de autobezitter die straks meebetaalt aan flexibiliteit die hij zelf op de oprit heeft staan. Dat is het rebound-risico van deze route. Als flexibiliteit een gecentraliseerde markt wordt, wordt het opnieuw iets dat je koopt in plaats van iets dat je hebt.
Implicatie voor de energie-stack
De schaarste die Sirius oplost is niet fysiek. De elektronen, de accu's en de omvormers bestaan al in overvloed. Wat ontbreekt is een contract waarin gedistribueerde capaciteit als één betrouwbaar blok kan worden verkocht. Dat is een ontwerpkeuze in de marktordening, geen natuurwet.
Voor de energie-stack is dit de kern: de kostencurve van opslag daalt al jaren, maar de toegang tot het net en tot kapitaal volgt een andere logica. Wie beide regelt, bouwt. Wie alleen de techniek heeft, gaat failliet. Beide gebeurtenissen staan in de ontwikkelingen-feed.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Eén: of een aggregator erin slaagt een tolling-achtig contract af te sluiten voor een portefeuille van thuisbatterijen of V2G-auto's, met een vaste vergoeding die financierbaar is. Twee: hoeveel TDTR-contracten TenneT en de regionale netbeheerders afsluiten, en of dat instrument ook beschikbaar komt voor kleinverbruikaansluitingen. Drie: de jaarlijkse CBS-telling van grote batterijen, waarmee te zien is of de groei van 53 procent in vermogen doorzet of afvlakt zodra de eerste tollingcontracten aflopen.