Europa bouwt de rekenkracht, Big Tech verhuurt hem
In het tweede kwartaal van 2026 gaven bedrijven wereldwijd 143 miljard dollar uit aan cloudinfrastructuur. Dat is 43 procent meer dan een jaar eerder, de hoogste groei in acht jaar, volgens marktonderzoeker Synergy Research Group. Van dat bedrag ging 28 procent naar Amazon, 20 procent naar Microsoft en 15 procent naar Google. In de publieke cloud, het deel waar overheden en bedrijven hun toepassingen draaien, bezitten die drie samen 67 procent van de markt.
Tegen die achtergrond verscheen op 26 augustus een fragment uit het boek The Rulers van econoom Cecilia Rikap, waarin ze de Europese, Indiase, Braziliaanse en Chinese pogingen tot digitale soevereiniteit naast elkaar legt. Haar conclusie: geen van de vier heeft de afhankelijkheid van de grote cloudaanbieders wezenlijk verkleind. Niet omdat het geld ontbreekt, maar omdat alle plannen op dezelfde plek stranden: bij de laag tussen de supercomputer en de gebruiker. Het stuk staat in de ontwikkelingen-feed.
Nederland werkt intussen aan een eigen antwoord. Op 3 juli 2026 stuurde staatssecretaris Aerdts de herziening van het rijksbrede cloudbeleid naar de Tweede Kamer. E-mail en documentbeheer in de publieke cloud worden afgeraden, kerntaken van kritieke organisaties mogen niet meer bij niet-Europese leveranciers, en elk materieel cloudgebruik moet een exitplan krijgen. Er is geen extra geld, en de overgangstermijn is vier jaar.
Hoe we hier kwamen
De schaarste in de cloudmarkt is geen technische schaarste. Servers, opslag en netwerkapparatuur zijn wereldwijd verkrijgbaar, en Europa heeft genoeg datacenters om er een groot deel van zijn overheids-IT in te draaien. De schaarste zit in de bovenliggende laag: de identiteitsdiensten, databases, beheertools en AI-modellen die klanten in tien jaar om zich heen hebben gebouwd. Die laag is eigendom van drie bedrijven, en elke migratie eruit kost tijd en geld die niemand had begroot.
De Europese Commissie zag dat en koos in februari 2025 voor een aanbodoplossing. Onder de naam InvestAI komt 20 miljard euro beschikbaar voor vier tot vijf AI-gigafabrieken, elk met ongeveer 100.000 chips van de nieuwste generatie. De informele uitvraag leverde 77 voorstellen op uit 16 lidstaten. De formele tender is aangekondigd voor de zomer van 2026 en de bouw van de eerste fabriek staat gepland voor 2027. Startups kunnen daar hun modellen trainen op Europese rekenkracht.
Rikap wijst op het gat in dat plan. Trainen gebeurt straks in Europa, maar het model moet daarna ergens draaien voor gebruikers. Daarvoor is een cloudplatform nodig met wereldwijd bereik, schaalbare inferentie en aangesloten diensten. Dat platform ontbreekt in de plannen, dus bereiken Europese modellen hun klanten via Amerikaanse clouds.
De economie erachter
De reden dat aanbod alleen niet werkt zit in de kostenstructuur van cloud. Hardware is het makkelijkst te kopen deel; de waarde zit in software, beheer, beveiliging en het ecosysteem van diensten dat erop aansluit. Wie een supercomputer bouwt, koopt de makkelijkste laag en laat de moeilijkste liggen.
India en Brazilië laten volgens Rikap dezelfde reflex zien. IndiaAI liet zich adviseren door mensen van Intel en Oracle en koos voor een publiek-privaat rekencentrum met diezelfde partijen. Brazilië bouwt via staatsbedrijven een tussenlaag voor de publieke sector, met daaronder nog steeds Amerikaanse technologie. China bouwde een eigen cloudmarkt door Amerikaanse technologie snel te kopiëren binnen een beschermde thuismarkt; dat model is niet exporteerbaar naar een open economie als de Nederlandse.
Het rebound-risico voor Europa is concreet. Publiek geld voor gigafabrieken verlaagt de kosten van modeltraining, maar als de uitrol via de drie grote clouds blijft lopen, groeit daarmee ook hun omzet en hun greep op de laag erboven. Synergy meldt dat AI-specifieke clouddiensten met 165 procent per jaar groeien en dat het Amerikaanse aandeel in de wereldmarkt de laatste twee kwartalen weer toenam. Aanbodbeleid zonder vraagbeleid subsidieert in dat geval de verkeerde partij.
De Nederlandse aanpak zit aan de andere kant: vraag zonder aanbod. De Tweede Kamer nam op 10 juni 2025 met 150 tegen 0 stemmen een motie aan dat essentiële overheidsdiensten en fysieke infrastructuur niet afhankelijk mogen zijn van cloud onder niet-Europese controle, en wil dat in 2029 minstens 30 procent van de overheidscloud Nederlands of Europees is. Het herziene cloudbeleid vertaalt dat naar regels, maar zonder budget en met een overgangstermijn die pas in 2030 afloopt. Bestaande contracten met een langere looptijd mogen bovendien uitgediend worden.
Implicatie voor de informatie-stack
Voor de informatie-stack is dit een les over waar schaarste zich verplaatst. Rekenkracht is in tien jaar van een knelpunt naar een handelswaar gegaan: chips zijn te koop, stroom en koeling zijn te regelen, en Europa kan ze met 20 miljard euro in vier fabrieken zetten. De schaarste is verhuisd naar het platform dat die rekenkracht bruikbaar maakt. Dat platform groeit niet met subsidie maar met klanten, en de grootste klant in Europa is de overheid zelf.
Daar ligt de eigenlijke ontwerpkeuze. Als Nederlandse ministeries en uitvoeringsorganisaties hun e-mail, documentbeheer en basisregistraties de komende vier jaar naar Europese leveranciers verhuizen, ontstaat er voor het eerst een afzetmarkt waar Europese platforms hun bovenliggende laag op kunnen bouwen. Blijft die verhuizing steken in exitplannen en uitgediende contracten, dan trainen Europese modellen straks in een Europese fabriek en draaien ze in Virginia.
Wat te volgen
Drie indicatoren zeggen de komende twaalf maanden of het beleid landt. Ten eerste de formele tender van EuroHPC voor de gigafabrieken: verschijnt hij in 2026 en staat er een eis in over waar de getrainde modellen uitgerold worden? Ten tweede het aandeel Europese leveranciers in de cloudcontracten van het Rijk, gemeten door CIO Rijk, tegen de 30-procent-doelstelling voor 2029. Ten derde de kwartaalcijfers van Synergy: zolang de drie grote aanbieders boven de 60 procent blijven, verandert de structuur niet, welke fabriek er ook opengaat.