Zon passeert kernenergie wereldwijd, en Spanje rekent al uit hoeveel stroom er in 2027 verloren gaat
Kernreactoren wereldwijd leverden in 2025 samen 2.702 TWh stroom, 35 TWh meer dan in 2024. Dat meldt de World Nuclear Association. Het is een record, en toch valt het aandeel van kernenergie in de wereldwijde stroommix volgens het World Nuclear Industry Status Report 2026 naar 8,8 procent. Dat is het laagste niveau in ruim vier decennia. In 1996 was het nog 17,5 procent.
De reden is zon. Volgens datzelfde rapport leverde zonnestroom in 2025 voor het eerst over een heel jaar meer dan kernenergie. Wind ging in maart 2025 al voorbij, zon volgde in april. Van maart 2025 tot en met juni 2026 haalde elke maand minstens een van beide meer dan de kerncentrales. Ember telt voor 2025 een zonnestroomproductie van 2.778 TWh, 636 TWh meer dan een jaar eerder. Het PV Magazine-bericht van deze week vat de cijfers samen. Bronnen verschillen wel in definitie en timing: het IEA verwachtte de overname pas "by 2026".
Hoe we hier kwamen
Kernenergie groeide decennialang trager dan de vraag. Nieuwbouw duurt lang en kost veel. Het WNISR telt voor 2025 slechts 1,5 GW erbij, tot 399,5 GW. Zonnecapaciteit steeg in hetzelfde jaar met 510 GW tot 2.383 GW, een groei van 27 procent. WNISR rekent conservatief: volgens IEA PVPS kwam er ongeveer 690 GW bij.
Het verschil zit in de bouwwijze. Een zonnepark is modulair en staat in maanden. Een reactor is een project van vele jaren. Die ontwerpkeuze bepaalt welke technologie de vraaggroei opvangt. Volgens Ember dekte zon alleen al 75 procent van de wereldwijde groei in stroomvraag in 2025. Samen met wind was dat 99 procent. De fossiele opwek daalde met 38 TWh (-0,2 procent), voor het eerst sinds 2020.
De economie erachter
Kernenergie levert wel iets wat zon niet levert: stroom op elk uur. Met een gemiddelde capaciteitsfactor van 83,7 procent (WNA, 2025) draait een reactor bijna continu. Een zonnepark levert alleen overdag. Waar veel zon op het net komt, daalt de prijs op precies die uren.
Spanje laat zien waar dat toe leidt. Het Barcelonese eRoots publiceerde een digitale kaart van het Iberische net, met 8.175 knooppunten en 7.479 onderstations. Uit die kaart volgt dat ongecompenseerde technische curtailment in 2027 kan oplopen tot 3,38 TWh, met meer dan 120 miljoen euro aan verlies. De Spaanse brancheorganisatie APPA schat dat economische curtailment boven de 20 procent van het potentiële hernieuwbare aanbod kan uitkomen, meer dan 37.000 GWh met een jaarlijkse waarde van boven de 1 miljard euro. Bron: PV Magazine.
Opslag begint dat gat te dichten. Volgens Ember daalden batterijkosten in 2025 met 45 procent en groeide de plaatsing met 46 procent tot 250 GWh. Dat volstond om 14 procent van de nieuwe zonnestroom van het middaguur naar andere uren te schuiven. Dus: 86 procent van die nieuwe stroom had die verschuiving niet. Het rebound-risico is helder. Goedkope opwek trekt meer opwek aan, en zonder net en opslag groeit het weggegooide deel mee. Voor de winnaars en verliezers geldt: producenten met flexibiliteit winnen, parkeigenaren zonder netaansluiting of batterij verliezen. Het faillissement van Enerparc, eerder op deze site beschreven, past in dat beeld.
Implicatie voor de energie-stack
In de energie-stack verschuift de schaarste van kilowatturen naar kilowatturen op het juiste moment en de juiste plek. Opwekken is geen knelpunt meer, netcapaciteit en flexibiliteit wel. Nederland zit in dezelfde beweging: de wachtrij voor netaansluitingen is de Nederlandse tegenhanger van de Spaanse knooppuntenkaart. Beide zijn ontwerpkeuzes in regelgeving en investeringsvolgorde, geen natuurwetten. Meer voorbeelden staan in de ontwikkelingen-feed.
Ook het kernenergieverhaal is niet voorbij. Het IEA verwacht een groei van 2,8 procent per jaar in kernenergie tussen 2026 en 2030, meer dan het dubbele van de 1,3 procent in 2021-2025. Volgens de WNA staat er 82 GWe in aanbouw. Zon en kern concurreren dus minder dan de kop doet vermoeden: beide groeien, alleen groeit zon veel harder.
Wat te volgen
Drie indicatoren geven de komende twaalf maanden richting. Ten eerste het zonaandeel in de wereldwijde stroommix: het IEA rekent op circa 15 procent in 2030, dus een tussenstand voor 2026 laat zien of dat pad klopt. Ten tweede de curtailment in Spanje, afgezet tegen de 3,38 TWh uit de eRoots-projectie. Ten derde de plaatsing van batterijen: blijft de groei boven de 46 procent van 2025, of vlakt die af?