De zonnecel ontwent het zilver: hoe een prijsexplosie afdwong wat tien jaar onderzoek niet lukte
Op 29 januari 2026 noteerde zilver een record van 117,66 dollar per troy ounce. Een jaar eerder kostte een ounce nog ongeveer 30 dollar. Over heel 2025 lag de gemiddelde prijs ruim boven de 40 dollar, een stijging van 42 procent ten opzichte van 2024, zo blijkt uit de World Silver Survey 2026 van onderzoeksbureau Metals Focus.
Voor de zonne-industrie is dat geen bijzaak. Zilverpasta, het geleidende materiaal dat de stroom uit een zonnecel haalt, is goed voor 10 tot 20 procent van de totale kosten van een cel. Toen de zilverprijs verdrievoudigde, kwam de belangrijkste kostendaler van het afgelopen decennium onder druk te staan.
De reactie van de industrie is opmerkelijk. In plaats van de hogere prijs door te berekenen, ontwierp ze het zilver grotendeels weg. De zilvervraag van paneelfabrikanten daalde in 2025 met 6 procent naar 186,6 miljoen ounce. Voor 2026 verwacht Metals Focus een verdere daling van 19 procent, naar circa 151 miljoen ounce: de grootste besparing in één jaar ooit gemeten. En dat terwijl er dit jaar wereldwijd meer zonnecapaciteit wordt bijgebouwd dan ooit.
Hoe zilver de stille flessenhals werd
Vrijwel elke zonnecel gebruikt zilver voor de dunne contactlijnen die elektronen afvoeren. Zolang zilver rond de 25 dollar per ounce kostte, was dat een acceptabele post. Maar de zonne-industrie groeide zo hard dat ze het metaal zelf schaars begon te maken. In 2015 was zonne-energie goed voor minder dan 6 procent van de wereldwijde zilvervraag. In 2024 was dat al bijna een vijfde, ongeveer 232 miljoen ounce. In september 2025 rekende pv magazine nog voor dat het aandeel richting 40 procent kon groeien in 2030.
Tegelijk hield het aanbod geen gelijke tred. 2025 was het vijfde jaar op rij met een zilvertekort, 40,3 miljoen ounce, ondanks stijgende mijnproductie in Latijns-Amerika en een recyclingrecord van 197,6 miljoen ounce, het hoogste niveau in dertien jaar. Dalende ertsgraden en een dunne pijplijn aan nieuwe mijnen beperken de groei. Nieuwe zilvermijnen ontwikkelen duurt vaak meer dan tien jaar.
De economie erachter
De prijsexplosie deed wat jaren van laboratoriumonderzoek niet voor elkaar kregen: substitutie rendabel maken. Fabrikanten drukken dunnere contactlijnen, verlagen de zilverbelading per cel en verfijnen de pastachemie. Onderzoek naar de glasfrit in zilverpasta, het bindmiddel dat het contact met de cel vormt, levert inmiddels meetbaar celrendement op, zo meldde pv magazine begin juli zie de ontwikkelingen-feed.
De grotere sprong is de overstap naar koper. Marktleider LONGi kondigde in januari aan vanaf het tweede kwartaal van 2026 zonnecellen met kopermetallisatie in massaproductie te nemen. Koper kost per kilo ongeveer een honderdste van zilver, maar vergde jarenlang onhaalbare procescontrole: koperatomen migreren in silicium en vernietigen dan de cel. Nieuwe celarchitecturen met een beschermende oxidelaag lossen dat op.
Er zitten twee kanten aan deze ontkoppeling. Wie wint: paneelkopers, want goedkopere metallisatie houdt de kostencurve van zonnestroom dalend. Wie verliest: zilverproducenten die op structurele PV-groei rekenden, en fabrikanten die de nieuwe processen niet kunnen betalen; elektrolytisch verkoperen vraagt ander materieel en strakkere chemie. Het risico zit in betrouwbaarheid: een paneel moet 25 tot 30 jaar mee, en kopercontacten hebben die staat van dienst nog niet.
Implicatie voor de materialen-stack
Voor de materialen-stack is dit een leerzaam patroon. Materiaalafhankelijkheid voelt als een natuurwet, maar blijkt vaak een ontwerpkeuze die pas wordt herzien als de prijs dwingt. De zonne-industrie gebruikte twintig jaar zilver omdat het werkte en niemand de moeite nam het te vervangen. Drie jaar prijsstijging volstond om de vraag te laten dalen terwijl de productie groeit.
Dat is precies de ontkoppeling die de energie-stack nodig heeft: elke module die met minder schaars materiaal wordt gebouwd, maakt de kostendaling van zonnestroom minder kwetsbaar voor grondstofmarkten. De flessenhals verschuift daarmee van het metaal naar het proces: van wie de zilvermijn bezit, naar wie de kopermetallisatie beheerst.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Ten eerste de opschaling van kopermetallisatie: haalt LONGi de beloofde massaproductie en volgen concurrenten. Ten tweede de zilverbelading per watt in de jaarlijkse industrierapportages; daalt die verder, dan zet de ontkoppeling door. Ten derde de zilverbalans zelf: Metals Focus verwacht in 2026 een zesde tekortjaar op rij. Blijft de prijs boven de 70 dollar hangen, dan blijft de druk op substitutie bestaan, ook als de techniek tegenvalt.