Het AI-rek van 230 kilowatt maakt de restwarmte van het datacenter eindelijk warm genoeg
Nvidia's volgende serverrek, de Vera Rubin NVL72, trekt volgens ramingen meer dan 230 kilowatt. Dat is het piekvermogen van ruwweg honderd huishoudens, in één kast van twee meter hoog. Lucht krijgt die warmte niet meer weg. Daarom specificeert de fabrikant koelwater van 45 graden Celsius dat rechtstreeks over de chips loopt. Een recent overzicht van IEEE Spectrum concludeert dat deze vorm van directe vloeistofkoeling het komende decennium de standaard wordt voor dichte rekenkracht zie de ontwikkelingen-feed.
Dat oogt als een technisch detail. Het is meer. De temperatuur van het koelwater bepaalt of de warmte die een datacenter produceert een afvalproduct is of een grondstof. Bij luchtkoeling komt de warmte vrij op 25 tot 40 graden: te lauw voor een warmtenet. Bij vloeistofkoeling op de chip ligt de uitgaande temperatuur tussen 50 en 60 graden, blijkt uit een overzichtsstudie van Aalto University in Renewable and Sustainable Energy Reviews (2025). Dat is precies het bereik waarop moderne lagetemperatuur-warmtenetten draaien.
Voor Nederland gaat het om veel warmte. In 2024 leverden de netten 5.100 gigawattuur stroom aan datacenters, 4,6 procent van het landelijke verbruik, meldde het CBS in december 2025. Ongeveer 45 grote centra nemen 90 procent daarvan af. Vrijwel al die elektriciteit eindigt als warmte: de Dutch Data Center Association rekent met 90 procent. Dat is grofweg 4,5 terawattuur per jaar die nu grotendeels de lucht in gaat.
Hoe we hier kwamen
Restwarmte van datacenters wordt al vijftien jaar beloofd bij elke vergunningaanvraag. In de praktijk gebeurt er weinig mee. Een enquête van de Dutch Data Center Association uit 2024 gaf aan dat 57 procent van de datacenters restwarmte op een of andere manier gebruikt, tegen 39 procent een jaar eerder. Meestal ging het om het verwarmen van het eigen kantoor, niet om levering aan derden.
Daar zijn drie redenen voor. Locatie: datacenters staan in de polder, warmtevraag zit in de stad. Bij een datacenter in Hollands Kroon zou de warmte naar de glastuinbouw gaan, tot bleek dat de tuinders al geothermie hadden. Temperatuur: warmte van 30 graden moet met een warmtepomp naar 70 graden worden getild, en die sprong kost stroom. Businesscase: een datacenter verdient aan rekenkracht, niet aan warmte.
Waar het wel lukte, stond een afnemer klaar. Het datacenter van Meta in het Deense Odense levert sinds 2020 ongeveer 100 gigawattuur per jaar aan het stadsnet, genoeg voor 6.900 woningen. Denemarken heeft een dekkend warmtenet en een warmtebedrijf dat de warmtepomp exploiteert.
De economie erachter
Vloeistofkoeling verandert twee van die drie variabelen tegelijk. Neem de temperatuur. Een warmtepomp die van 55 naar 70 graden moet, verbruikt veel minder stroom per geleverde gigajoule dan een die van 30 graden vertrekt. De literatuur noemt voor kleine temperatuursprongen een rendementsfactor (COP) van 4 tot 6, tegen 2,5 tot 3,5 bij grote sprongen. Elke graad hogere brontemperatuur maakt de geleverde warmte goedkoper, zonder dat de warmtepomp verandert.
Belangrijker is wie de investering doet. De hyperscaler betaalt voor vloeistofkoeling omdat het rek van 230 kilowatt anders niet werkt. De hogere uitgaande temperatuur is een gratis bijproduct van een uitgave die toch gedaan wordt. Dat is een terugkerend patroon in de transitie van schaarste naar overvloed: een schaars goed (bruikbare warmte) wordt overvloedig omdat een andere sector om eigen redenen zijn proces omgooit.
De derde variabele, locatie, blijft het knelpunt. Het meest concrete Nederlandse project zit in de Amsterdamse haven: Pure DC bouwt een datacenter, Vattenfall een grootschalige warmtepomp. De eerste fase is 25 megawatt, goed voor circa 15.000 woningen, met ingebruikname uiterlijk 2030. Dat is één project, na jaren voorbereiding, in de enige regio met een warmtenet van formaat. Het kabinet wees in 2022 juist Groningen en de kop van Noord-Holland aan voor hyperscalers boven 20 megawatt. Daar staan geen 15.000 aangesloten woningen omheen.
Er zit ook een rebound-risico in. Zodra warmtelevering een argument wordt in de vergunningsdiscussie, kan het de balans kantelen zonder dat het stroomverbruik kleiner wordt. Restwarmte vervangt gas in de woning, niet elektriciteit in het datacenter. Dat is winst, maar een andere winst dan vaak wordt geclaimd.
De regelgeving loopt hier op vooruit. De herziene Europese energie-efficiëntierichtlijn (EED) verplicht datacenters vanaf 500 kilowatt sinds september 2024 jaarlijks te rapporteren over energieverbruik en restwarmtebenutting. Boven 1 megawatt geldt een plicht om restwarmte te benutten, tenzij een kosten-batenanalyse aantoont dat het niet haalbaar is. Die uitzondering was tot nu toe de norm. Vloeistofkoeling haalt het temperatuurargument onder die analyse vandaan.
Implicatie voor de informatie-stack
Rekenkracht is de grondstof van de informatie-stack, en het knelpunt in Nederland is niet de chip maar de netaansluiting. Een datacenter dat warmte levert aan een net maakt van dezelfde kilowattuur twee producten. Dat verandert de vestigingslogica: niet de polder met de goedkope grond, maar de rand van de stad met een warmtenet. Voor de energie-stack betekent het dat elke AI-fabriek van 100 megawatt potentieel een warmtebron van 80 tot 90 megawatt is, ruim drie keer wat Vattenfall nu in Amsterdam plant. De warmte is er. De leiding en de afnemer nog niet.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Ten eerste het aandeel Nederlandse datacenters dat restwarmte extern levert, in het jaarrapport van de Dutch Data Center Association; dat cijfer zit nu verstopt achter "gebruikt op een of andere manier". Ten tweede het investeringsbesluit voor Pure DC en Vattenfall in de Amsterdamse haven; zonder besluit in 2027 wordt 2030 niet gehaald. Ten derde de verhouding tussen EED-analyses die op "onhaalbaar" uitkomen en het aantal daadwerkelijke aansluitingen.