38 gigawatt in de wachtrij: waarom flexibiliteit de schaarse schakel in het stroomnet wordt
Bij TenneT, de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet, staan 212 verzoeken in de wachtrij voor stroomafname. Samen vragen ze 38 gigawatt. Voor teruglevering staan er 161, goed voor 34 gigawatt (Netbeheer Nederland, juni 2026). Bij de regionale netbeheerders wachten ruim 15.000 afnameaanvragen op een aansluiting, samen 9.305 megawatt. Een jaar eerder waren dat er 12.000, samen 6.739 megawatt. Het tekort groeit dus harder dan het aanbod aan aansluitingen.
Het probleem is niet dat er te weinig stroom is. Zonnepanelen en batterijen zijn de afgelopen jaren spotgoedkoop geworden. Het probleem is dat het net de stroom die er al is niet op het juiste moment kwijt kan. De schaarste is verschoven: van opwekking naar transport en timing. Vanaf 1 juli 2026 raakt netcongestie zelfs kleinverbruikaansluitingen, de gewone huizen en kleine bedrijven.
Een virtuele energiecentrale is een poging om die timing-schaarste te bestrijden zonder een meter koperdraad bij te leggen. Het is software die duizenden verspreide bronnen koppelt: thuisbatterijen, zonnedaken, warmtepompen, laadpalen en bedrijfsinstallaties. Die bundel wordt aangestuurd als één regelbare eenheid. Stroom verschuift naar het uur waarop het net er ruimte voor heeft.
Hoe we hier kwamen
Het Nederlandse net is decennia geleden ontworpen rond een handvol grote centrales en een stroom die maar één kant op liep: van centrale naar stopcontact. Dat model botst op een werkelijkheid van miljoenen kleine, decentrale bronnen die ook nog terugleveren. De kabels en transformatoren zijn de knellende factor geworden, niet de productie.
Flexibiliteit is het vermogen om verbruik of teruglevering in de tijd te verschuiven. Precies dat is nu het schaarse goed. TenneT rekent voor 2030 op 6,7 gigawatt aan batterijvermogen op het Nederlandse net (TenneT, 2026). Zonder coördinatie maken die batterijen het congestieprobleem soms erger, doordat ze allemaal op hetzelfde gunstige prijsmoment laden of ontladen. Met coördinatie worden ze juist een buffer.
De economie achter flexibiliteit
De rekensom is in de Verenigde Staten het scherpst gemaakt. Het Amerikaanse energieministerie schat dat er nu 30 tot 60 gigawatt aan virtuele-centralecapaciteit op het net staat. Een verdrievoudiging naar 80 tot 160 gigawatt in 2030 zou 10 tot 20 procent van de piekvraag kunnen opvangen, jaarlijks ongeveer 10 miljard dollar aan netkosten besparen en de bouw van meer dan 200 piekcentrales overbodig maken (DOE, Pathways to Commercial Liftoff, 2025). De logica is simpel: een bestaande batterij slimmer aansturen is goedkoper dan een gascentrale bouwen die maar een paar uur per jaar draait.
De markt ruikt dat. Schattingen zien de wereldwijde omzet voor virtuele centrales groeien van 3,4 miljard dollar in 2025 naar bijna 18 miljard dollar in 2035 (BIS Research, december 2025). De winst verschuift daarbij van energiebedrijven met grote centrales naar de eigenaren van verspreide apparaten. In het Verenigd Koninkrijk kan een tweerichtingslader een autobezitter al meer dan 320 pond per jaar opleveren door op het juiste moment terug te leveren (gridX, 2026).
Toch is de flexibiliteit deels kunstmatig schaars gehouden. Veel waarde blijft liggen door marktregels, niet door techniek. Tweerichtingsladen wordt in meerdere landen geremd door dubbele nettarieven en door een communicatiestandaard (ISO 15118-20) die nog niet overal is ingevoerd. De Amerikaanse markt zit bovendien in een fase van uitval onder aanbieders, omdat verdienmodellen nog wankel zijn. Wie de regels stelt, bepaalt dus hoe schaars flexibiliteit blijft.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack verschuift hiermee de kritieke grondstof. Niet zon, niet lithium, niet staal, maar coördinatie. Dat is software en markttoegang, geen delfstof die opraakt. En precies daarom is de schaarste eraan een ontwerpkeuze. Een net dat verspreide bronnen kan aansturen, haalt meer uit dezelfde kabels.
De bouwstenen liggen er al. In de ontwikkelingen-feed staat bijvoorbeeld een Amerikaanse microgrid-aanbieder die batterijopslag in de eigen woonplaats neerzet, op buurtniveau. In Nederland kunnen grote kantoren, de chemie en de logistiek samen naar schatting 640 tot 931 megawatt aan flexibiliteit leveren tijdens piekuren, alleen al door processen te verschuiven (Netbeheer Nederland, 2026). Dat is vermogen dat nu vaak ongebruikt blijft.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden duidelijk of flexibiliteit echt ontsloten wordt. Ten eerste: hoeveel megawatt flexibiliteit netbeheerders daadwerkelijk onder contract krijgen onder het herziene prioriteringskader, dat per 1 januari 2026 in werking trad. Ten tweede: de uitrol van tweerichtingsladen en de vraag of de ISO 15118-20-standaard eindelijk breed wordt toegepast. Ten derde: of de batterijcapaciteit op het Nederlandse net richting de verwachte 6,7 gigawatt groeit, en of die batterijen gecoördineerd draaien of juist los van elkaar. De kabels worden voorlopig niet sneller gelegd. De ruimte zit in slimmer gebruik van wat er al hangt.