Het paneel is er in maanden, de handtekening duurt jaren
In maart 2024 keurde de energietoezichthouder van Ohio het grootste zonnepark van de staat goed: Oak Run, 800 megawatt zon en 300 megawatt batterijopslag. Bijna tweeënhalf jaar later is dat besluit nog steeds niet definitief. Madison County en drie gemeenten vochten de vergunning aan. Het hooggerechtshof van Ohio verwierp in mei 2026 vrijwel alle bezwaren, op één na: de toezichthouder had onvoldoende beoordeeld hoe de drie onderstations eruit zouden zien vanaf de openbare weg.
Eind juli volgde daarom een hoorzitting over fotosimulaties van transformatorstations. De ontwikkelaar gaf intussen ruim 13 miljoen dollar uit en moet van netbeheerder PJM uiterlijk 2030 stroom leveren, anders vervalt het contract. Van goedkeuring tot vandaag verstreken 29 maanden zonder dat er gebouwd mocht worden. De juridische route is daarmee de traagste component van het project geworden.
Hoe de flessenhals verschoof
Tien jaar geleden was de centrale vraag of zon en wind goedkoop genoeg konden worden. Die vraag is beantwoord: de techniek is er, de fabrieken draaien en de kostprijs daalde onder die van fossiele alternatieven. De flessenhals verschoof naar toestemming.
De cijfers van het Amerikaanse Lawrence Berkeley National Laboratory maken dat zichtbaar. Eind 2025 stonden in de VS ongeveer 8.200 projecten in de wachtrij voor een netaansluiting, samen ruim 2.060 gigawatt: meer dan het volledige opgestelde Amerikaanse productiepark. De mediane doorlooptijd van aanvraag tot draaiend project liep op tot ruim vijf jaar. Van alle capaciteit die tussen 2000 en 2020 een aansluiting aanvroeg, was eind 2025 slechts 13 procent daadwerkelijk in bedrijf; driekwart werd onderweg ingetrokken.
Ohio doet daar een schep bovenop. De staat blokkeerde de afgelopen jaren 5,3 gigawatt aan wind- en zonneprojecten en voerde sinds 2021 wetten in die extra drempels opwerpen voor zon en wind, maar niet voor fossiele projecten.
De economie erachter
Wachttijd is geen neutrale vertraging maar een kostenpost die selecteert. Rente en ontwikkelkosten lopen door terwijl er geen omzet is. Kleine ontwikkelaars haken af, grote partijen met diepe zakken blijven over. Elke maand dat een goedkopere concurrent niet mag aansluiten, blijft bovendien de oude prijszetting intact: vertraging werkt als een impliciete subsidie voor bestaande centrales. Opvallend detail uit de LBNL-cijfers: terwijl aangevraagde zon- en windcapaciteit in de wachtrij met 19 procent kromp, groeide aangevraagde gascapaciteit met 86 procent naar 253 gigawatt.
Dat het anders kan, laat Duitsland zien. In 2025 werd daar een record van 20,8 gigawatt aan windvergunningen op land afgegeven. De gemiddelde doorlooptijd daalde naar 17 maanden, 28 procent korter dan in 2024, en bijna de helft van de nieuw vergunde turbines kreeg het besluit binnen een jaar. Het resultaat: 5,2 gigawatt geïnstalleerd in 2025, een stijging van 58 procent. Dezelfde turbines, dezelfde Europese natuurregels, een andere inrichting van de procedure.
Nederland zit ertussenin. De Europese richtlijn RED III verplicht lidstaten om versnellingsgebieden aan te wijzen waar vergunningen binnen strakke termijnen worden afgehandeld. Nederland liep zo ver achter met de omzetting dat de Europese Commissie een ingebrekestellingsprocedure startte. Omgevingsjuristen die de voorgestelde implementatie analyseerden, waarschuwen bovendien dat de Nederlandse variant een extra besluitvormingsfase toevoegt, met eigen beroepsmogelijkheden, en daarmee eerder vertraging dan versnelling kan opleveren.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack betekent dit dat de schaarste van plaats is veranderd. Hardware is overvloedig: een compleet batterijsysteem van 2,5 megawatt rolt tegenwoordig als standaardproduct uit de fabriek, zoals recente productlanceringen laten zien zie de ontwikkelingen-feed. Wat schaars blijft is toestemming: doorlooptijd van procedures, juridische zekerheid en de capaciteit van vergunningverleners en rechters.
Schaarste is hier letterlijk een ontwerpkeuze. Dezelfde technologie krijgt in het ene rechtsgebied binnen een jaar een handtekening en wacht in het andere een half decennium. Het verschil zit niet in natuurkunde maar in procesrecht.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Eén: het definitieve besluit van de Ohio Power Siting Board over Oak Run, en of daarna opnieuw beroep volgt. Twee: de aanwijzing van de eerste Nederlandse versnellingsgebieden onder RED III en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. Drie: de Duitse doorlooptijden in de jaarcijfers over 2026. Houdt de daling naar 17 maanden stand, dan is aangetoond dat vergunningstermijnen een beleidsvariabele zijn en geen natuurwet.