Ureum piekte op 850 dollar, Nederland zat al jaren op een stikstofoverschot
In april 2026 kostte een ton ureum meer dan 850 dollar. Dat was 80 procent meer dan in februari en het hoogste niveau sinds april 2022, meldt de Wereldbank in haar Commodity Markets Outlook. De oorzaak lag niet in een tekort aan aardgas of fabrieken, maar in één zeestraat: na de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran op 28 februari viel het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz vrijwel stil. Door die straat gaat ongeveer een kwart van de wereldwijde ureumexport.
Eind augustus stond ureum weer op 428 dollar per ton, blijkt uit de wekelijkse cijfers van Trading Economics. De piek is dus grotendeels weggeëbd, maar de markt is niet terug bij normaal. In de week van 17 tot 23 augustus voeren 114 schepen door Hormuz. Voor de crisis waren dat er zo'n 85 per dag.
Voor Nederlandse boeren is de les een andere dan voor de wereldmarkt. Terwijl de kunstmestprijs in Duitsland in maart met 15 procent per maand steeg, lag in Nederland een alternatief al jaren klaar: stikstof uit dierlijke mest, verwerkt tot een product met dezelfde werking als kunstmest. Dat mocht alleen niet.
Hoe we hier kwamen
Stikstofkunstmest is in de kern gecomprimeerd aardgas. Zo'n 80 procent van de productiekosten van ammoniak bestaat uit gas, schrijft Euronews. Toen de Europese gasprijs (TTF) na de Iran-aanvallen in enkele weken van 32 naar bijna 52 euro per megawattuur klom, volgde de ammoniakprijs vanzelf. Europese fabrieken zoals Yara in Sluiskil hebben sinds 2022 herhaaldelijk productie teruggeschroefd omdat importeren goedkoper was dan zelf maken.
Tegelijk bleef Europa afhankelijk van Rusland. In 2025 kwam nog 22 procent van de EU-kunstmestimport uit Rusland, ter waarde van 1,3 miljard euro in alleen het eerste halfjaar. De EU heft sinds 1 juli 2025 een extra heffing van 40 tot 45 euro per ton op Russische stikstofmeststoffen, oplopend naar 430 euro per ton in 2028. Dat maakt de goedkoopste leverancier stap voor stap duurder, zonder dat er in Europa capaciteit bijkomt.
Daar bovenop kwam op 1 januari 2026 de CO2-grensheffing CBAM voor kunstmest. Rabobank schatte vooraf een prijsstijging van 10 tot 20 procent voor ammoniak. Twaalf lidstaten vroegen Brussel in januari om kunstmest tijdelijk uit te zonderen. Het Brusselse onderzoeksbureau Sandbag rekende voor dat het prijseffect in 2026 beperkt blijft tot ongeveer 1,40 euro per ton ureum, omdat importeurs in het eerste jaar maar 2,5 procent van hun emissies hoeven af te rekenen en Europese producenten de prijs zetten. De Hormuz-schok van 400 dollar per ton was dus bijna 300 keer groter dan het CBAM-effect waar de landbouwlobby zich in januari druk over maakte.
De economie erachter
De kunstmestmarkt kent een merkwaardige asymmetrie. De grondstof (stikstof uit de lucht) is onbeperkt beschikbaar. De energie om die stikstof te binden is dat niet, en de logistiek om het product te verplaatsen loopt via een handvol knooppunten. Schaarste ontstaat dus niet bij de bron, maar in de keten. Wie de keten verkort, is minder kwetsbaar.
Nederland heeft die verkorting letterlijk in huis. Het land produceert jaarlijks meer dierlijke mest dan het volgens de Nitraatrichtlijn op eigen land mag uitrijden. Boeren voeren mest af tegen kosten die in 2025 opliepen tot tientallen euro's per ton, en kochten tegelijk kunstmest in. Technisch kon de stikstof uit die mest al ruim tien jaar worden gescheiden en gezuiverd tot een product met de werking van kunstmest. Juridisch gold dat product tot dit jaar als "dierlijke mest" en viel het onder het plafond van 170 kilo stikstof per hectare.
Op 12 juni 2026 veranderde dat. Met de publicatie in de Staatscourant mogen boeren nu bovenop de 170 kilo uit dierlijke mest nog eens maximaal 80 kilo stikstof per hectare uit RENURE gebruiken, binnen hun totale gebruiksnorm. Het ministerie van LVVN stelt tot en met 2030 circa 160 miljoen euro beschikbaar voor mestverwerking en inpassing.
De rebound-risico's zijn reëel. RENURE-productie kost energie voor scheiding, indamping en zuivering. Als die energie uit gas komt, verhuist de kwetsbaarheid van Sluiskil naar de mestverwerker. En als de subsidie voor verwerkingsinstallaties de mestafzetkosten drukt, verdwijnt een prikkel om de veestapel te krimpen. Wie verliest, is de kunstmestimporteur; wie wint, is de boer met eigen mest en een verwerker in de buurt.
Implicatie voor de voedsel-stack
Voor de voedsel-stack is dit een schoolvoorbeeld van schaarste als ontwerpkeuze. De stikstof was er. De technologie was er. Wat ontbrak, was een handtekening in Brussel en een regeling in Den Haag. Elf jaar lang betaalden Nederlandse boeren twee keer: één keer om stikstof af te voeren en één keer om stikstof in te kopen. De Hormuz-blokkade maakte de rekening zichtbaar, maar de rekening bestond al.
Het patroon komt vaker terug in de ontwikkelingen-feed: een technische oplossing die klaarligt terwijl een vergunning of regeling de flessenhals vormt. Bij RENURE is de flessenhals nu deels weggehaald. De vraag is of de verwerkingscapaciteit snel genoeg meegroeit om er bij een volgende schok iets aan te hebben.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen de komende twaalf maanden of RENURE meer wordt dan een papieren regeling. Ten eerste de hoeveelheid RENURE-stikstof die daadwerkelijk wordt geregistreerd bij RVO in seizoen 2027, afgezet tegen het theoretische plafond van 80 kilo per hectare. Ten tweede de spread tussen de ureumprijs (nu 428 dollar per ton) en de TTF-gasprijs: blijft die boven het niveau van vóór februari, dan blijft importeren duur en RENURE relatief aantrekkelijk. Ten derde het aantal dagelijkse doorvaarten door Hormuz ten opzichte van de 85 van voor de crisis. De Wereldbank verwacht dat de kunstmestindex in 2026 nog ruim 30 procent stijgt en pas in 2027 daalt. Of Nederland tegen die tijd zijn eigen stikstof gebruikt, hangt niet van de markt af.