De zonnecel doorbreekt haar fysieke plafond, de fabriek draait op een derde van haar capaciteit
Op 14 juli 2026 meldde het Chinese bedrijf LONGi een gecertificeerde efficiëntie van 35,5 procent voor een tandemcel van kristallijn silicium en perovskiet. De uitslag werd onafhankelijk getoetst door de European Solar Test Installation (ESTI), onderdeel van het Joint Research Centre van de Europese Commissie in Italië. Zeven weken later, begin september, maakte het Zuid-Koreaanse Korea Institute of Energy Research (KIER) een eigen record bekend. Een tandemcel van perovskiet en CIGS haalde 26,7 procent, gecertificeerd door het Duitse Fraunhofer ISE (zie de ontwikkelingen-feed).
Beide cijfers liggen ruim boven wat een gewone siliciumcel ooit kan halen. Toch verandert er op de fabrieksvloer voorlopig weinig. LONGi heeft geen productieplanning voor de tandemcel. Indiase moduleproducenten draaien met een productiecapaciteit van 233 gigawatt op een bezettingsgraad van 35 tot 40 procent, ruim onder de 50 tot 65 procent die nodig is om quitte te spelen. De kloof tussen laboratoriumrecord en fabriekshal is het verhaal van de zonne-industrie in 2026.
Hoe we hier kwamen
Een gewone siliciumcel zet zonlicht om in stroom via één halfgeleiderovergang. Die opzet kent een harde natuurkundige grens, de Shockley-Queisser-limiet. Voor silicium ligt die rond de 29 procent. Losse siliciumcellen zitten daar inmiddels dicht tegenaan, met laboratoriumrecords rond de 27 tot 28 procent. Verdere efficiëntiewinst via silicium alleen is daarmee bijna uitgeput.
Een tandemcel stapelt twee cellen met een verschillende bandgap op elkaar. De bovenste laag vangt het kortgolvige licht op, de onderste laat de rest door naar een tweede halfgeleider. Perovskiet leent zich daar goed voor: het materiaal is relatief goedkoop te verwerken en de bandgap is instelbaar. Volgens LONGi ligt het theoretische plafond van de combinatie met silicium rond de 43 procent. LONGi's eigen traject illustreert het tempo van de afgelopen jaren: 31,8 procent in 2023, 33,9 procent later dat jaar, 34,6 procent in 2024, 34,85 procent in april 2025 en nu 35,5 procent.
De economie erachter
De vraag is niet meer of tandemcellen kunnen. De vraag is wanneer ze mogen. LONGi noemt zelf de knelpunten: opschalen naar grote oppervlaktes, productierendement, inkapseling en langetermijnstabiliteit zijn nog niet opgelost. LONGi's eigen grootschalige testcel van 260,9 vierkante centimeter haalde vorig jaar 33 procent, een duidelijke stap terug ten opzichte van het laboratoriumrecord op een veel kleiner oppervlak.
Belangrijker is waar de markt nu al op let. Zonnepanelen zijn al extreem goedkoop. Volgens IRENA daalden de stroomkosten van grootschalige zonne-energie wereldwijd met 90 procent sinds 2010, tot 4,4 dollarcent per kilowattuur in 2023: een daling van 12 procent in dat laatste jaar alleen al. Het paneel zelf is daarmee een steeds kleiner deel van de rekening. Bekabeling, montage, grond en vergunningen wegen zwaarder mee. Meer vermogen per vierkante meter helpt daar wel degelijk, vooral in landen met weinig ruimte.
Maar de industrie kampt vooral met een overschot, niet met een tekort aan efficiëntie. India bouwde zijn moduleproductiecapaciteit uit tot 233 gigawatt, bijna zeven keer de celcapaciteit van het land, terwijl de vraag achterblijft. Een rapport van IEEFA en JMK Research waarschuwt voor gestrande activa bij fabrikanten die niet verticaal geïntegreerd zijn. De Indiase export naar de Verenigde Staten daalde 44 tot 47 procent doordat gecombineerde importheffingen daar boven de 200 procent uitkomen. China produceert intussen zelf zo'n 85 procent van de wereldwijde modulecapaciteit. In dat klimaat is een recordcel vooral een vlag op de technologieroute van een fabrikant, geen product dat morgen op een dak ligt.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack betekent dit een verschuiving in waar de knel zit. Niet de fysica houdt verdere schaalvergroting van zonne-energie tegen, die grens wordt juist verlegd. De vertraging zit in productierijpheid, kapitaalallocatie en een wereldwijd overschot aan gewone panelen dat investeringen in nieuwe technologie afremt. Efficiëntiewinst uit tandemcellen komt daardoor eerst terecht in nichetoepassingen waar gewicht en oppervlak duur zijn, zoals gebouwgeïntegreerde panelen, voertuigen en ruimtevaart. Grootschalige velden, waar Nederland en Europa hun doelen op baseren, profiteren pas later.
Wat te volgen
Drie indicatoren laten de komende twaalf maanden zien of tandemcellen de sprong van laboratorium naar fabriek maken. Ten eerste: of LONGi, Oxford PV of een andere partij een concrete productiedatum aankondigt voor een tandemmodule op commerciële schaal, vanaf pakweg 300 vierkante centimeter. Ten tweede: de bezettingsgraad van Aziatische moduleproducenten, als signaal of het huidige overschot krimpt of juist groeit. Ten derde: nieuwe certificeringen op de Best Research-Cell Efficiencies Chart van het Amerikaanse NLR, voorheen NREL, die laten zien of het tempo van de afgelopen twee jaar aanhoudt of afvlakt.