De prijs van een robot-uur: wat goedkope humanoïde robots doen met de tijd-stack
Een Unitree G1, een lopende humanoïde robot met programmeerbare armen, staat sinds dit jaar voor ongeveer 16.000 dollar in de webwinkel. Op Amazon ligt de prijs rond 17.990 dollar. Ter vergelijking: dat is minder dan een gemiddelde personenauto. Twee jaar geleden kostte een vergelijkbare machine nog een veelvoud daarvan.
De prijs is niet het hele verhaal. Bij de grootste fabriek van BMW draait sinds kort een vloot van veertig robots van het Amerikaanse Figure. Die worden niet per stuk verkocht, maar afgerekend per gewerkt uur: ongeveer 25 dollar per robot-uur. Dat is een getal dat zich direct laat vergelijken met een loon.
Daarmee verschuift een vraag die lang theoretisch was. Niet of een machine dit werk kan doen, maar tegen welke prijs per uur. En die prijs daalt snel.
Hoe we hier kwamen
Fysieke arbeid was altijd schaars omdat er een mens voor nodig was. Een mens kost loon, heeft rust nodig en is niet te kopiëren. Robots waren lang geen alternatief: ze waren duur, star en alleen rendabel in zwaar geautomatiseerde fabriekslijnen.
Dat kantelt nu door twee bewegingen tegelijk. De hardware wordt goedkoper en de aansturing wordt slimmer. Volgens Goldman Sachs daalde de productiekosten van een hoogwaardige humanoïde robot van een bandbreedte tussen 50.000 en 250.000 dollar naar 30.000 tot 150.000 dollar. Analisten hadden gerekend op een daling van 15 tot 20 procent per jaar. Het werd 40 procent. Goedkopere onderdelen, meer toeleveranciers en betere ontwerpen deden het werk.
China versnelt dit. Een nieuwe productielijn in Guangdong opende in maart 2026 en kan tot 10.000 robots per jaar maken, één elke dertig minuten. Fabrikant UBTECH mikt op een kostprijs onder 20.000 dollar per robot. Chinese bedrijven waren in 2024 al goed voor meer dan 60 procent van de wereldwijde robotproductie.
De economie erachter
Een dalende prijs is nog geen kantelpunt. De inzet loopt ver achter op de verkoopcijfers. Begin 2026 draaiden er naar schatting zo'n 3.000 humanoïde robots in een echte werkomgeving wereldwijd. Het overgrote deel zit nog in pilots. Van die pilots haalt maar een minderheid binnen twee jaar een volwaardige productie-inzet.
Daar zit de eerste les. De meeste demonstraties tonen een robot die één taak doet onder ideale omstandigheden: goed licht, simpele voorwerpen, geen tijdsdruk. Een echte werkvloer is rommeliger. Veel magazijn-projecten halen in de eerste twee jaar geen positief rendement. De kosten zitten niet in de robot zelf, maar in het inpassen ervan.
De tweede les gaat over wie wint en verliest. Op korte termijn vervangen deze machines vooral werk dat gevaarlijk of eentonig is, of waar simpelweg geen mensen voor te vinden zijn. Goldman Sachs schat dat humanoïde robots rond 2030 ongeveer 4 procent van het Amerikaanse tekort aan fabrieksarbeid kunnen opvullen. Dat is lege plekken invullen, niet zozeer zittende werknemers verdringen. Het rebound-risico zit verderop: als machinale arbeid goedkoop wordt, groeit de vraag naar werk dat eerst te duur was om te doen.
Implicatie voor de tijd-stack
De tijd-stack gaat over de schaarste die onder alle andere schaarste ligt. In bijna elk product zit menselijke tijd verstopt: uren arbeid om het te maken, te vervoeren en te onderhouden. Wordt die arbeidstijd goedkoop en kopieerbaar, dan daalt de tijd-kostprijs van vrijwel alles.
Voor Nederland is dat geen abstractie. In het eerste kwartaal van 2026 stonden er volgens het CBS 91 vacatures tegenover elke 100 werklozen. De krapte neemt af, maar blijft hardnekkig, mede door vergrijzing. Veel vacatures ontstaan puur doordat mensen met pensioen gaan. Machinale arbeid die de zwaarste en saaiste taken overneemt, raakt precies dat probleem. Dezelfde logica zien we in de bredere automatiseringsbeweging die ook energiebedrijven en datacenters raakt; zie de ontwikkelingen-feed voor recente voorbeelden.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden duidelijk of de kostencurve doorzet. Eerst: de prijs per robot-uur in echte fabrieken, niet de catalogusprijs. Zakt die structureel onder een mensenloon, dan verandert de rekensom. Tweede: het aandeel pilots dat doorgroeit naar vaste inzet. Dat percentage zegt meer dan welk verkoopcijfer ook. Derde: de Chinese productievolumes, omdat schaal daar de wereldprijs bepaalt. De kernclaim blijft staan: schaarste is een ontwerpkeuze. De prijs van een robot-uur laat zien hoe snel die keuze kan verschuiven.