De bodyscan wordt goedkoop, de zekerheid blijft schaars
Het Australische Everlab haalde op 16 juni 2026 omgerekend ruim 42 miljoen dollar op, een Series A van 65 miljoen Australische dollar onder leiding van durfkapitaalfirma Airtree Ventures. Het bedrijf verkoopt preventieve gezondheid als abonnement: een uitgebreide reeks metingen, een persoonlijke arts en een levenslang gezondheidsplan, met het Verenigd Koninkrijk als volgende markt. De belofte is steeds dezelfde. Vroeg opsporen wat later dodelijk wordt.
Die belofte wordt goedkoper. Het Zweedse Neko Health, gewaardeerd op 1,8 miljard dollar, biedt een volledige bodyscan voor 299 pond, ongeveer 372 dollar. In de eerste gepubliceerde groep van 2.707 gescande mensen bleek bijna 80 procent gezond, had 6,6 procent een serieuze aandoening en volgde bij 1 procent een mogelijk levensreddende ingreep. De cijfers ogen overtuigend.
Toch verschuift de schaarste. Niet de scan is het knelpunt, maar het bewijs dat hij levens verlengt en de capaciteit om bevindingen op te volgen zonder schade aan te richten.
Hoe we hier kwamen
Preventieve screening was lang duur en arbeidsintensief. Een MRI vroeg dure apparatuur, een radioloog en een medische indicatie. Daardoor bleef beeldvormend onderzoek voorbehouden aan mensen met klachten of een hoog risico. Drie dingen veranderden dat. Beeldvorming werd sneller en goedkoper, algoritmes namen een deel van de beoordeling over, en er ontstond een commerciele markt voor lang en gezond leven.
Het resultaat is een aanbod dat zich rechtstreeks tot de consument richt, buiten het reguliere zorgstelsel om. Wie betaalt, krijgt toegang. Dat is precies de beweging die Project Alithea volgt: een technologie die schaars en exclusief was, wordt betaalbaar en breed beschikbaar zie de ontwikkelingen-feed. De vraag is wat die overvloed aan metingen oplevert.
De economie erachter
Hier wringt het. Een goedkope scan die veel vindt, is niet hetzelfde als een scan die gezondheid oplevert. Systematische reviews van whole-body MRI bij mensen zonder klachten laten zien dat bij ongeveer een derde een toevalsbevinding opduikt: gepoold 32,1 procent, waarvan 13,4 procent als kritisch en 13,9 procent als onbepaald wordt aangemerkt. Het aandeel echte kanker is veel kleiner. Verdenking op kwaadaardigheid komt voor bij ongeveer 2 procent, bevestigde kanker bij ongeveer 1,5 procent. Er is geen bewijs dat zulke screening de levensverwachting van gezonde mensen verlengt. De American College of Radiology raadt routinematige bodyscans bij mensen zonder klachten af.
Elke onbepaalde bevinding vraagt vervolgonderzoek: een extra scan, een biopt, een specialist. Dat verbruikt capaciteit die toch al schaars is. De Gezondheidsraad waarschuwde hier in 2015 al voor in het rapport Doorlichten doorgelicht. Gezonde mensen met onduidelijke uitslagen komen in een zorgtraject terecht, waardoor patienten met echte klachten langer wachten. Een goedkope test kan zo dure schaarste verderop in de keten creeren. Dat is een klassiek rebound-effect.
Niet alle screening is gelijk. Een bloedtest die meerdere kankers vroeg opspoort, presteert in de Britse NHS-Galleri-studie duidelijk beter: een specificiteit van 99,55 procent, dus 0,45 procent fout-positieve uitslagen, en een positief voorspellende waarde van rond de 52 procent. Bovenop de standaardscreening vond de test vier keer zoveel kankers, en het aantal kankers dat pas via een spoedpresentatie werd ontdekt daalde met 25 procent. Het verschil zit in bewijs en in gerichtheid. De winst komt van methodes met aangetoonde opbrengst, niet van zo veel mogelijk meten.
Implicatie voor de gezondheid-stack
Voor de gezondheid-stack verschuift de schaarste dus van de meting naar twee andere bronnen. De eerste is bewijs: welke test verlaagt aantoonbaar de sterfte, en bij wie. De tweede is opvolgcapaciteit: artsen, scans en behandelplekken om bevindingen af te handelen.
Nederland kiest daarom selectief. De overheid screent de bevolking alleen op borst-, darm- en baarmoederhalskanker, met onderzoeken waarvan de kosteneffectiviteit is aangetoond. In 2024 deden 2,75 miljoen mensen mee. Het bevolkingsonderzoek borstkanker kostte ongeveer 91 euro per onderzoek, dat naar darmkanker ongeveer 20 euro per deelnemer. Deelname is gratis; de overheid betaalt. Tegenover een private bodyscan van 372 dollar staat dus een publieke darmkankertest van twintig euro met bewezen opbrengst. Dat is een bewuste keuze voor weinig, bewezen testen in plaats van veel, onbewezen metingen.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen of de overvloed aan goedkope screening gezondheidswinst wordt. Ten eerste: harde uitkomstdata. Verschijnen er studies die laten zien dat commerciele bodyscans de sterfte verlagen, of blijft het bij meer gevonden bevindingen? Ten tweede: het fout-positieftarief en de opvolglast in de praktijk, want daar zit de verborgen rekening. Ten derde: de Nederlandse en Europese regelgeving rond commerciele health checks, die bepaalt of dit aanbod binnen of buiten het zorgstelsel groeit. Wie deze drie volgt, ziet of de scan een belofte inlost of vooral nieuwe schaarste verplaatst.