De zon is goedkoop, de regels niet: hoe octrooien en tarieven de zonne-economie sturen
De prijs van een zonnepaneel uit China zakte begin 2026 naar ongeveer 0,12 dollar per wattpiek. De wereldwijde gemiddelde kostprijs van stroom uit nieuwe zonneparken stond eind 2024 op 0,043 dollar per kilowattuur, ruim 80 procent lager dan in 2010 (IRENA). De techniek is niet langer het probleem. Toch pakt zonne-energie op veel plekken duurder uit dan de fysica voorschrijft.
Twee gebeurtenissen in de derde week van mei 2026 maken zichtbaar waar die extra kosten vandaan komen. Ze zitten niet in het silicium, maar in de regels eromheen.
Op 22 mei verklaarde de Chinese octrooiautoriteit CNIPA een patent van First Solar volledig ongeldig. Het ging om octrooi 201080027881.6, oorspronkelijk van dochteronderneming TetraSun, over de structuur van hoogrendabele zonnecellen. Alle zeventien claims sneuvelden wegens gebrek aan nieuwheid (zie de ontwikkelingen-feed). Een dag eerder publiceerde pv magazine een analyse over een tegengestelde beweging in de Verenigde Staten: in 27 staten hebben toezichthouders hogere vaste netwerkkosten goedgekeurd, terwijl het variabele tarief per kilowattuur daalt.
Hoe we hier kwamen
Schaarste aan zonne-energie was lang een echt feit. Rond 2010 kostte een paneel een veelvoud van nu, en zonder subsidie rekende niemand zich rijk. Dat is veranderd. TOPCon, de celtechniek die in dit octrooigeschil centraal staat, had in 2025 al een marktaandeel van bijna 88 procent (China Photovoltaic Industry Association). De technologie is volwassen, massaal en goedkoop geworden.
Wanneer de fysieke kostprijs wegvalt, verschuift de strijd naar de plekken waar nog marges te verdedigen zijn: het octrooirecht aan de productiekant en het tariefontwerp aan de verbruikskant. Beide zijn menselijke constructies. Beide zijn aanpasbaar.
De economie erachter
Het octrooigeschil laat zien hoe geografisch schaarste tegenwoordig is. Dezelfde First Solar-octrooien die China nu onderuithaalt, hield het Amerikaanse octrooibureau in januari 2026 juist overeind. Pogingen van Canadian Solar, JinkoSolar en Mundra Solar om ze ongeldig te laten verklaren werden afgewezen. In maart 2026 startte de Amerikaanse handelscommissie bovendien een onderzoek naar TOPCon-cellen onder Section 337. Hetzelfde stuk techniek is dus vrij in de ene markt en juridisch geblokkeerd in de andere. Dat is geen natuurwet, maar een keuze van wetgevers en rechters.
Aan de verbruikskant werkt het tariefontwerp subtieler. Door de vaste maandlasten te verhogen en het variabele tarief te verlagen, halveren toezichthouders feitelijk de prikkel om zelf op te wekken of op te slaan. Wie minder verbruikt of zelf produceert, bespaart dan minder. Idaho verlaagde de vergoeding voor teruglevering in oktober 2025 met 31 procent. Sommige netbeheerders stapten over van een vergoeding op detailhandelsniveau naar een vergoeding op basis van vermeden kosten, die 40 tot 60 procent lager ligt. De rekensom achter een thuisbatterij verandert daarmee, zonder dat er iets aan de techniek mankeert.
De winnaars en verliezers zijn helder. Gevestigde netwerkbedrijven beschermen hun inkomstenmodel. Huishoudens die willen verduurzamen, krijgen een trager terugverdienmodel. Het rebound-risico wijst de verkeerde kant op: een prijssignaal dat eigen opwek ontmoedigt, vertraagt juist de decentrale opslag die het net zou ontlasten.
Implicatie voor de energie-stack
Nederland kent zijn eigen variant van dit mechanisme. De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027 (Rijksoverheid). Daarna ontvangen zonnepaneelbezitters een vergoeding voor teruglevering die tot 2030 minstens 50 procent van het kale stroomtarief moet bedragen. Tegelijk brengen leveranciers terugleverkosten in rekening. Net als in de Verenigde Staten verschuift de discussie van techniek naar tariefontwerp.
Voor de energie-stack is dit de kern. De fysieke overvloed staat vast, maar of die overvloed bij huishoudens en bedrijven landt, hangt af van regels die elk jaar opnieuw worden vastgesteld. Octrooien bepalen wie panelen mag maken. Tarieven bepalen of zelf opwekken loont. Schaarste is hier letterlijk een ontwerpkeuze.
Wat te volgen
Drie indicatoren zijn het komende jaar het volgen waard. Ten eerste de uitkomst van het Amerikaanse Section 337-onderzoek naar TOPCon, dat bepaalt of goedkope panelen de Amerikaanse markt blijven bereiken. Ten tweede de hoogte van de Nederlandse terugleverkosten na 1 januari 2027 en de vraag of de wettelijke ondergrens van 50 procent standhoudt. Ten derde het aantal Amerikaanse staten dat vaste netwerkkosten verhoogt. Nu zijn het er 27. De richting van dat getal verraadt of het prijssignaal verder wordt afgevlakt.