Stroom is goedkoper dan ooit, maar niet als het net uitvalt
Eind mei 2026 sloot een opvallende crowdfundingscampagne. De FridgePower van fabrikant BLUETTI is een platte accu met één taak: een koelkast koud houden als de stroom uitvalt. De campagne haalde 2,2 miljoen dollar op en het apparaat ligt sinds juni in de winkel. Het levert ruim 2.000 wattuur en overbrugt zo'n 21,6 uur voor een gemiddelde koelkast.
Dat een product waarvan de hele waarde berust op het idee dat het net soms stopt zoveel geld ophaalt, staat in scherp contrast met de prijs van opwekken. Volgens het Internationaal Agentschap voor Hernieuwbare Energie (IRENA) kostte zonnestroom in 2024 wereldwijd gemiddeld 4,3 dollarcent per kilowattuur, na wind op land de goedkoopste bron. De kosten van batterijopslag op netschaal vielen naar 192 dollar per kilowattuur, 93 procent lager dan in 2010. Elektriciteit was nog nooit zo goedkoop te maken. Toch groeit er een markt voor het in leven houden van één enkel apparaat tijdens een storing.
De verklaring zit niet in de opwek, maar in de levering. Goedkope panelen leveren stroom zolang het net staat. Valt het net weg, dan valt bij de meeste daken ook de eigen opwek weg.
Hoe we hier kwamen
Decennialang waren opwek en leveringszekerheid gebundeld. Een centrale wekte op, het net bracht de stroom rond en garandeerde tegelijk dat hij er was. Met zonnepanelen op het dak verhuisde de opwek naar de rand van het net. De zekerheid verhuisde niet mee.
Een zonnedak zonder thuisbatterij schakelt zichzelf bij een stroomstoring uit. Dat is geen defect, maar een ontwerpkeuze. De omvormer stopt automatisch om te voorkomen dat hij een uitgeschakelde leiding onder spanning zet, wat levensgevaarlijk is voor monteurs. Dit heet anti-eilandbedrijf en is wettelijk verplicht. Het gevolg is wel dat eigen opwek geen stroom garandeert op het moment dat de behoefte het grootst is. Wie tijdens een storing toch stroom wil, heeft een accu nodig plus schakelapparatuur die het huis losknipt van het net.
De economie erachter
Daarmee is leveringszekerheid een aparte aankoop geworden. De markt voor draagbare powerstations werd in 2025 geschat op ruim 4 miljard dollar en groeit volgens marktonderzoeker Grand View Research richting bijna 20 miljard dollar in 2033, een jaarlijkse groei van meer dan 20 procent. De bereidheid om hiervoor te betalen laat zien waar de schaarste zit: niet in de kilowatturen, maar in de garantie dat ze er zijn.
Een deel van die uitgave is dubbelop. Hetzelfde dak met een geschikte omvormer en een accu zou dezelfde noodstroom kunnen leveren. Veel huishoudens kopen toch een losse kast, omdat de geïntegreerde route duurder is, vergunningsgevoeliger, of simpelweg geen standaard. Daar zit een tweede risico: een tweedeling in veerkracht. Wie noodstroom kan betalen, komt een storing door met een werkende koelkast en opgeladen medische apparatuur. Wie dat niet kan, niet. Bovenop ongelijke toegang tot energie ontstaat ongelijke toegang tot betrouwbaarheid.
Waar dat knelt, hangt sterk af van het net. In de Verenigde Staten zat de gemiddelde klant in 2023 ongeveer 366 minuten zonder stroom, en in 2024 lag dat meer dan 50 procent hoger. Orkanen als Beryl, Helene en Milton waren goed voor 80 procent van die uren. In Nederland was de gemiddelde klant in 2023 ongeveer 21,8 minuten zonder stroom, en haalt het net een betrouwbaarheid van ruim 99,99 procent, een van de hoogste van Europa. Dezelfde goedkope panelen, een totaal andere schaarse laag.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack is dat het echte punt. Goedkope opwek levert niet vanzelf veerkracht, en in Nederland levert ze ook niet vanzelf netcapaciteit. Hier is niet stroomuitval de bindende beperking, maar netcongestie. De economie kantelt bovendien door de afbouw van de salderingsregeling. Brancheorganisaties verwachten dat er in 2025 bijna 1,5 GWh aan thuisbatterijen bij komt, ongeveer een verviervoudiging, met een terugverdientijd van vijf tot acht jaar. Hetzelfde apparaat, de thuisbatterij, dient hier een andere schaarse laag: niet stroom als het net wegvalt, maar ruimte op een vol net en waarde uit eigen kilowatturen. De rode draad loopt via de ontwikkelingen-feed: de schaarste verschuift van het opwekken naar de laag eromheen, naar de regels en de software die bepalen wanneer huishoudens hun eigen stroom mogen gebruiken.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen of veerkracht goedkoop wordt of een luxe blijft. Ten eerste: of omvormers die wél eilandbedrijf aankunnen en systemen voor auto-naar-huis (vehicle-to-home) van dure optie naar standaard schuiven, zichtbaar in normen en in wat fabrikanten standaard meeleveren. Ten tweede: de prijs per kilowattuur van thuisaccu's en powerstations, en of de 192 dollar van netschaal doorsijpelt naar consumentenpakketten. Ten derde: in Nederland het geïnstalleerde batterijvermogen in GWh en de terugverdientijd onder de nieuwe nettarieven, plus hoeveel van die accu's ook echt noodstroom leveren in plaats van alleen stroom verhandelen.