Voorbij het paneel: waar de zonnetransitie nu vastloopt
Op 12 juni meldde vakblad pv magazine dat fabrikant Longi een siliciumzonnecel had gemaakt met een rendement van 27,27 procent, een wereldrecord. Het cijfer is opmerkelijk, maar niet om de reden die de meeste koppen suggereren. Het fysieke plafond van een enkele siliciumcel ligt op ongeveer 29,4 procent. Dat is de grens die Auger-recombinatie in het materiaal oplegt. Het record zit daar nog maar 2,1 procentpunt onder. De ruimte om silicium beter te maken raakt op.
Tegelijk zakte de prijs van een zonnepaneel in Europa vorig jaar onder de 6 cent per watt, aldus pv magazine. Nooit eerder was een paneel zo goedkoop. En toch loopt de energietransitie op steeds meer plekken vast. Niet bij het paneel, maar erna. In Nederland staat 38 gigawatt aan aansluitverzoeken in de wachtrij bij netbeheerder TenneT. Het paneel is bijna af. Het systeem eromheen niet.
De week in zeven stacks
Energie De energiestack domineerde de week. Het siliciumrecord van Longi kreeg de meeste aandacht, maar de kern zit in de fabricage, niet in de natuurkunde. De winst kwam van een betere laserstap die schokgolven in de cel onderdrukt. [De analyse las het record als een productietruc](/blog/laatste-procent-silicium-zonnecel-fabricage-2026), niet als een doorbraak. Een tweede brand in een Duits huis met geïntegreerde zonnedakpannen liet zien waar de echte rem zit: niet bij het rendement, maar bij [brandveiligheid, normen en verzekering](/blog/bipv-zonnedaken-brandveiligheid-verzekering-2026). En het netbeheer schoof op van koper naar software, met [virtuele energiecentrales die duizenden batterijen tot een stuurbare eenheid bundelen](/blog/virtuele-energiecentrale-flexibiliteit-netcongestie-2026).
Materialen Vanaf 31 juli 2026 geldt de Europese reparatieplicht. Fabrikanten moeten onderdelen tot zeven jaar na het uit productie nemen leveren, binnen vijf tot tien werkdagen en tegen een redelijke prijs. [3D-printen verschuift de schaarste daarbij van het onderdeel naar het ontwerpbestand](/blog/reparatieplicht-2026-ontwerpbestand-3d-printen-materialen). Het patroon is hetzelfde als bij zonne-energie. Het fysieke ding wordt goedkoop, de informatie eromheen wordt het knelpunt.
Informatie Flexibiliteit werd deze week zichtbaar als handelswaar. Een virtuele energiecentrale verdient niet aan stroom, maar aan het verschuiven ervan naar het juiste moment. Het schaarse goed is niet het elektron, maar de coördinatie. Datzelfde geldt voor het ontwerpbestand bij reparatie en voor de fabricagekennis achter de zonnecel. Wie de data en de timing beheerst, beheerst de waarde.
In de stacks gezondheid, voedsel, onderwijs en tijd was het rustiger. De grootste verschuivingen zaten in energie, materialen en informatie, en die drie vertellen samen een verhaal.

Het laatste procent silicium, en wat erna komt
Een rendementsrecord klinkt als vooruitgang zonder grens. Bij silicium is het tegendeel waar. De cel van Longi haalt 27,27 procent. Het theoretische maximum voor een enkele siliciumcel ligt op ongeveer 29,4 procent. Die grens is geen kwestie van techniek of geld. Ze volgt uit Auger-recombinatie, een proces waarbij de energie van een aangeslagen elektron verloren gaat in het materiaal zelf. Hoe beter de cel wordt, hoe harder dit verlies tegenwerkt. De laatste procentpunten zijn de duurste.
Het nieuws van deze week ging dan ook niet over natuurkunde, maar over fabricage. Het team van Longi won het laatste stukje rendement met een betere laserstap, die schokgolven in het materiaal onderdrukt. De daily over het siliciumplafond las het record terecht als een productietruc. Waar de cel zijn plafond nadert, verschuift de concurrentie van rendement naar de vraag wie de cel het goedkoopst en het betrouwbaarst kan maken.
Daar wint op dit moment maar een land. Volgens de IEA heeft China in alle productiestappen van een paneel een aandeel van meer dan 80 procent. In 2023 maakte het land 98 procent van de wafers, 92 procent van de cellen en 85 procent van de modules. Die concentratie drukt de prijs. Een paneel in Europa zakte vorig jaar onder de 6 cent per watt, en bifaciale modules van glas op glas voor grote projecten gingen onder de 10 cent per watt over de toonbank, aldus pv magazine. Het paneel is bijna een bulkgoed geworden.
Die afhankelijkheid is een tweede laag van het probleem. Europa wekt steeds meer van zijn stroom op met panelen die het zelf nauwelijks maakt. Goedkoop en afhankelijk gaan hier hand in hand. Wie de productie terug naar eigen bodem wil halen, betaalt meer per watt en loopt aan tegen dezelfde overcapaciteit die de Chinese fabrikanten nu onderling uitvechten. Het paneel is een bulkgoed geworden, maar wel een met een geopolitiek prijskaartje.
Het beste siliciumrecord zit 2,1 procentpunt onder het fysieke plafond. Alleen tandemcellen breken er doorheen. Bron: pv magazine, LONGi, NREL en de Auger-limiet voor silicium, 2025 tot 2026.
Wie verder wil dan 29,4 procent, moet een tweede laag op het silicium leggen. Een perovskiet-siliciumtandem vangt meer van het zonlicht en haalde bij Longi 34,85 procent, gecertificeerd door het Amerikaanse NREL. Dat ligt boven de Shockley-Queisser-limiet van 33,7 procent voor een enkele junctie. De tandem is dus geen kleine verbetering, maar de enige uitweg uit het siliciumplafond. Tegelijk brengt die tweede laag nieuwe vragen over levensduur, stabiliteit en veiligheid.
Er zit bovendien een kloof tussen het lab en het dak. Een recordcel van enkele vierkante centimeters is iets anders dan een module van anderhalve vierkante meter. Commerciële panelen blijven in de praktijk enkele procentpunten onder de recordcel, omdat een grote module nooit zo goed presteert als een klein, perfect exemplaar. De winst van een record sijpelt pas jaren later door naar het dak, en steeds in kleinere stappen. Ook daarom komt de snelle winst niet meer uit de cel.
Het diepere patroon is dit. Toen het paneel nog duur en inefficiënt was, zat de schaarste in het paneel zelf. Elke procentpunt rendement en elke cent per watt telde. Die fase loopt af. De wereld voegde in 2025 ruim 605 gigawatt zonnevermogen toe, een record, en de cumulatieve capaciteit kwam rond 2.800 gigawatt uit, meldt de IEA. China alleen plaatste bijna 370 gigawatt. Het paneel is geen knelpunt meer. Het is bijna onbeperkt leverbaar.
En precies daar begint het echte tekort. Een paneel dat bijna niets kost en bijna niet beter kan, lost de transitie niet op als het systeem de stroom niet kwijt kan. In Nederland staat 38 gigawatt aan afnameverzoeken in de wachtrij bij TenneT, terwijl de piekvraag op het hele net nu rond 19 gigawatt ligt en pas in 2030 richting 27 gigawatt groeit. Regionale netbeheerders hebben daarnaast meer dan 14.000 verzoeken open staan. De rij is langer dan het net aankan.
Dat zie je terug in de prijs. Nederland telde in 2025 een record van 584 uur met negatieve day-ahead prijzen, tegen 458 uur in heel 2024, aldus pv magazine. Op zonnige momenten is er zoveel aanbod dat stroom geld kost in plaats van oplevert. Duitsland, Frankrijk en Nederland schakelden samen 3,9 terawattuur aan hernieuwbare productie af, ook een record. Het paneel werkt. Het systeem kan het niet verwerken.
De voor de hand liggende reactie is opslag. Wereldwijd kwam er in 2025 voor het eerst meer dan 100 gigawatt batterijopslag bij, 112 gigawatt en 307 gigawattuur volgens BloombergNEF, bijna de helft meer dan een jaar eerder. Maar een batterij verschuift stroom hooguit enkele uren. Ze dempt een middagpiek, geen donkere windstille week. Opslag is een deel van het antwoord, niet het hele antwoord. Het andere deel is saaier: vraag die meebeweegt, netten die slimmer schakelen en marktregels die flexibiliteit belonen.
Dat is geen technisch ongeluk, maar een ontwerpkeuze. We optimaliseerden jaren op goedkopere opwek en veel minder op flexibele vraag, opslag en net. De schaarste is niet verdwenen. Ze is verhuisd, van de cel naar de seconde waarop de stroom nodig is.
De economie erachter
De prijsval van het paneel verplaatst de winst, ze laat haar niet verdampen. Wie cellen en modules maakt, zit in een uitputtingsslag. De marges zijn weg, de overcapaciteit is groot en het rendement loopt tegen een natuurkundig plafond. Het verdienmodel verschuift naar wie het paneel inpast in een werkend systeem: aanbieders van opslag, van virtuele energiecentrales, van netsoftware en van slimme aansluitingen.

Er zit ook een terugkoppeling in. Hoe goedkoper het paneel, hoe meer ervan op zonnige uren tegelijk produceert, en hoe vaker de prijs naar nul of eronder zakt. Dat ondermijnt de businesscase voor het volgende paneel. Zonne-energie kan zichzelf uit de markt prijzen op het moment dat ze het meest oplevert. Dit heet kannibalisatie. Het is geen reden om te stoppen met bouwen, maar een reden om de waarde te verplaatsen naar flexibiliteit.
Flexibiliteit krijgt zo een prijs. Een batterij die laadt op het negatieve-prijsmoment en levert in de avondpiek, verdient aan het verschil. Een fabriek die haar verbruik naar de zonnige uren schuift, koopt stroom in als die bijna gratis is. Een aggregator die duizenden thuisbatterijen bundelt, verkoopt die stuurbaarheid aan de netbeheerder. In alle drie de gevallen is niet de stroom het product, maar de timing. Dat is de markt die nu onder het goedkope paneel ontstaat.
Wie de coördinatielaag bezit, vangt straks de marge die het paneel verloor. Dat is precies waarom batterijfabrikanten, aggregators en netbeheerders nu het interessante deel van de markt vormen. Het goedkope paneel is niet het einde van de waarde, maar de verhuizing ervan.
Implicatie voor de energiestack
Voor de energiestack betekent dit een verschuiving van doel. De vraag is niet langer hoe we een paneel goedkoper of beter maken. Dat is grotendeels gelukt. De vraag is hoe we de overvloed aan goedkope opwek omzetten in betrouwbare stroom op het juiste moment. Dat vraagt om opslag, om flexibele vraag en om netten die in software schakelen in plaats van in koper. Het tekort is verplaatst van de cel naar de seconde. De energiestack gaat de komende jaren niet over panelen, maar over timing. Schaarste is een ontwerpkeuze. Overvloed is dat ook, maar alleen als het systeem de overvloed kan dragen.
Wat te volgen komende week
Drie dingen om in de gaten te houden.
Ten eerste de negatieve-prijsuren in Nederland. De zomerpiek rond de langste dag is het moment waarop veel zon en lage vraag samenvallen. Het recordjaar 2025 telde 584 van die uren. De teller van deze zomer laat zien hoe snel die grens opschuift.
Ten tweede de reparatieplicht. Op 31 juli 2026 gaat de Europese regel in. Let op de nationale invulling van de onderdelenplicht: zeven jaar beschikbaarheid, levering binnen vijf tot tien werkdagen en een redelijke prijs.
Ten derde de tandem. Een rendementsrecord in het lab is bekend. De volgende echte stap is een commerciële tandemmodule boven 30 procent, niet alleen een cel. Dat is het signaal dat de industrie het siliciumplafond ook in de fabriek achter zich laat.