Het medicijn tegen rugpijn bestaat misschien al, maar niemand wil de proef betalen
Onderzoekers van de universiteiten van Edinburgh en Bristol lieten op 6 augustus zien dat een bestaand botmedicijn de verharding van tussenwervelschijven kan blokkeren. In zebravissen met een defect collageen-gen hoopten mineralen zich op in de wervelkolom, tot de wervels vergroeiden: hetzelfde patroon als bij menselijke schijfslijtage. Een bisfosfonaat, een middel dat al decennia tegen botontkalking wordt voorgeschreven, voorkwam die ophoping. De studie verscheen in Communications Biology.
De maatschappelijke inzet is groot. Lage rugpijn is wereldwijd de grootste oorzaak van invaliditeit. In 2020 hadden 619 miljoen mensen er last van, en het Global Burden of Disease-onderzoek in The Lancet Rheumatology verwacht 843 miljoen gevallen in 2050. Voor de onderliggende schijfslijtage bestaat geen enkel medicijn dat het proces remt. Opereren is de enige langetermijnbehandeling.
En toch is de kans klein dat een farmaceut deze vondst oppakt. Niet omdat de wetenschap zwak is, maar omdat het middel te goedkoop is.
Hoe we hier kwamen
Het verdienmodel van de farmaceutische industrie draait op patenten. Wie als eerste een nieuw molecuul registreert, krijgt circa twintig jaar exclusiviteit om de ontwikkelkosten terug te verdienen. Die kosten zijn fors: 2 tot 3 miljard dollar en 10 tot 17 jaar per nieuw goedgekeurd middel. Hergebruik van een bestaand medicijn is veel efficiënter. De veiligheidsdata liggen er al, waardoor de kosten volgens gangbare schattingen dalen naar grofweg 300 miljoen dollar en de doorlooptijd naar 3 tot 12 jaar. Van de hergebruikkandidaten die fase I doorstaan haalt ongeveer 30 procent de eindstreep, tegen zo'n 10 procent bij nieuwe moleculen.
Bisfosfonaten passen precies in dat profiel. Ze worden sinds de jaren negentig massaal voorgeschreven, het patent is lang verlopen en generiek alendronaat kost enkele euro's per maand. Maar wat het middel goedkoop maakt voor de patiënt, maakt het onaantrekkelijk voor een investeerder.
De economie erachter
Wie honderden miljoenen investeert in een proef met een patentloos middel, kan de uitkomst niet bezitten. Zelfs met een nieuw gebruikspatent op de indicatie rugpijn mag elke arts het bestaande generieke tabletje voorschrijven. De concurrent verkoopt hetzelfde molecuul voor centen, en de investeerder blijft achter met de rekening van het bewijs. Beleidsonderzoekers beschrijven dit in Frontiers in Pharmacology als structureel marktfalen: het bewijs is een publiek goed, maar het systeem behandelt het als privaat bezit.
Wat er gebeurt als de publieke sector dat gat vult, liet de coronapandemie zien. De Britse RECOVERY-studie testte dexamethason, een ontstekingsremmer van tientallen jaren oud. Bij beademde patiënten daalde de sterfte met een derde. Per acht behandelde beademingspatiënten werd één sterfgeval voorkomen, en het middel kostte enkele euro's per kuur. Volgens UK Research and Innovation had dexamethason in maart 2021 wereldwijd al ongeveer een miljoen levens gered. De proef was publiek gefinancierd, want geen enkele fabrikant had er belang bij.
Een kanttekening hoort erbij. De Edinburghse resultaten komen uit zebravissen, niet uit mensen. De stap van diermodel naar kliniek mislukt vaak, en ook hergebruikkandidaten sneuvelen meestal alsnog in fase II of III. Het punt is niet dat dit middel zeker werkt. Het punt is dat niemand het waarschijnlijk gaat uitzoeken zolang de financieringsvraag onbeantwoord blijft.
Implicatie voor de gezondheids-stack
Voor de gezondheids-stack is dit een schoolvoorbeeld van ontworpen schaarste. De molecule is overvloedig: fabrieken produceren bisfosfonaten voor centen per pil. Schaars is alleen het bewijs dat ze bij een nieuwe aandoening werken. Die schaarste is geen natuurwet maar een ontwerpkeuze. Medisch bewijs wordt vrijwel uitsluitend via patenten gefinancierd, en daarmee blijven precies de goedkoopste kandidaten liggen. Publiek gefinancierde proeven, zoals RECOVERY of deze studie van Arthritis UK en BBSRC, zijn nu de uitzondering. Een gezondheidszorg die op overvloed is ingericht zou ze tot infrastructuur maken, net als wegen of dijken. De besparing van één werkend hergebruikt middel betaalt tientallen mislukte proeven terug.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Eén: of het Edinburghse team vervolgonderzoek in zoogdiermodellen of patiëntcohorten aankondigt, en wie dat betaalt. Twee: of Europese publieke financiers hun budgetten voor hergebruikproeven verhogen; nieuwe bewegingen verschijnen in de ontwikkelingen-feed. Drie: het aantal aanvragen bij het Europees Geneesmiddelenbureau voor nieuwe indicaties van patentloze middelen, de hardste maatstaf voor of dit gat zich ooit sluit.