Maleisië koerst op 29,7 gigawatt zon: waarom Zuidoost-Azië groeimotor en knelpunt tegelijk wordt
Maleisië gaat van 3,75 gigawatt zonne-energie in 2025 naar een verwachte 29,7 gigawatt in 2035 (zie de ontwikkelingen-feed, bron: pv magazine). Dat is bijna een verachtvoudiging in tien jaar. In dezelfde maand meldde dezelfde branche dat Zuidoost-Azië als regio een sterke groeisprong maakte onder heldere luchten, terwijl Japanse stormen de opbrengst daar afremden. De cijfers tonen een verschuiving: het zwaartepunt van de zonne-economie kantelt naar de evenaar.
Achter die groei zit een paradox. De regio maakt de goedkoopste panelen ter wereld, maar staat tegelijk onder druk van twee kanten. Aan de ene kant knijpen Amerikaanse invoertarieven de exportrol af. Aan de andere kant explodeert de eigen stroomvraag, vooral door datacenters. De vraag is niet langer of er genoeg zon en panelen zijn. De vraag is wie er toegang toe krijgt.
Hoe we hier kwamen
Tot een paar jaar geleden was de fabricage van zonnepanelen vrijwel volledig Chinees. Toen de Verenigde Staten Chinese panelen met heffingen troffen, verplaatsten Chinese fabrikanten hun productie naar Maleisië, Cambodja, Thailand en Vietnam. Daarna kwamen ook Indonesië en Laos in beeld. Indonesië bracht buitenlandse fabriekscapaciteit voor panelen van ongeveer 1 gigawatt eind 2022 naar zo'n 20 gigawatt (bron: Lowy Institute). Zuidoost-Azië werd zo de werkbank van de wereldwijde energietransitie, gedreven door lagere loonkosten en de wens om Amerikaanse heffingen te omzeilen.
Die strategie liep tegen een muur. In 2025 stelde het Amerikaanse handelsministerie hoge tarieven vast op panelen uit de vier genoemde landen, omdat Chinese producenten hun spullen via die landen doorsluisden. Sommige fabrikanten kregen heffingen van meer dan 250 procent (bron: Institute for Energy Research). De export naar de grootste markt werd daarmee voor een deel afgesneden.
De economie erachter
Wie verliest, is duidelijk: producenten die op de Amerikaanse markt mikten. Wie wint, is subtieler. De heffingen vallen samen met een binnenlandse vraagexplosie. De stroomvraag in Zuidoost-Azië groeide in 2024 met ruim 7 procent, bijna het dubbele van het wereldgemiddelde (bron: IEA). De grootste nieuwe verbruiker zijn datacenters. In Maleisië loopt het verbruik van datacenters volgens prognoses van 8,5 terawattuur in 2024 naar 68 terawattuur in 2030, een verzevenvoudiging. Dat is ongeveer evenveel als het hele stroomverbruik van Singapore in 2023 (bron: ISEAS).
Dat verandert de rekensom. Panelen die niet naar de VS kunnen, kunnen in eigen regio worden afgezet. Maar dan botst de zonne-economie op een fysieke grens: grond. De staat Johor, het datacenterhart van Maleisië, zou voor de aangevraagde datacentervraag zo'n 59.000 acres aan panelen nodig hebben, meer dan 60 procent van het landoppervlak van de staat (bron: ISEAS). Johor wees al bijna 30 procent van de datacenteraanvragen af, mede om energieredenen. Als antwoord bouwt Maleisië met de Wereldbank de Southern Johor Renewable Energy Corridor: een project van 6 miljard dollar voor 4 gigawattpiek zon en 5,12 gigawattuur opslag (bron: Reccessary). De schaarste zit dus niet in de techniek of de prijs, maar in grond, net en beleid.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de Nederlandse en Europese energie-stack is dit geen ver-van-mijn-bed-verhaal. Europa importeert het leeuwendeel van zijn panelen, en een groeiend deel daarvan komt uit Zuidoost-Azië. Als die regio een steeds groter deel van de eigen productie zelf opslokt voor datacenters en industrie, verschuift de prijs- en leveringszekerheid. Goedkope panelen zijn geen natuurwet, maar het gevolg van overcapaciteit die ergens een afzetmarkt zoekt. Verdwijnt die overcapaciteit naar binnenlandse vraag, dan kan de Europese inkoopprijs minder snel dalen dan de afgelopen jaren.
Tegelijk laat de regio iets hoopvols zien. De IEA schat dat Zuidoost-Azië ongeveer 20 terawatt aan onbenut zon- en windpotentieel heeft, ruwweg 55 keer de huidige opwekcapaciteit van de regio. Het tekort is dus bestuurlijk en infrastructureel, niet fysiek. Dat is precies het patroon dat overal terugkeert: de hulpbron is overvloedig, de toegang wordt geknepen door regels, netten en grond.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen de komende twaalf maanden de richting. Ten eerste: of nieuwe Amerikaanse antidumpingonderzoeken naar Indonesië en Laos uitmonden in nog meer heffingen, want dat duwt nog meer productie naar de binnenlandse markt. Ten tweede: de bouwsnelheid van projecten als de Southern Johor Renewable Energy Corridor, als test of grond- en netknelpunten oplosbaar zijn. Ten derde: de Europese importprijs per wattpiek, als directe graadmeter of de regionale vraagexplosie in Azië doorwerkt in wat Nederland betaalt.