8.141 elektrische bussen in een half jaar, maar 58 procent van de nieuwe Europese bussen is nog diesel
In de eerste helft van 2026 registreerde Europa 8.141 batterij-elektrische bussen. Een jaar eerder waren het er 5.477: een groei van 49 procent. Dat blijkt uit het Q2-rapport van DVV Media Group over de Europese busmarkt, zoals samengevat door Sustainable Bus. Bij de stadsbus is de keuze al gemaakt: 61,2 procent van de nieuwe stadsbussen (7.480 van 12.215) rijdt elektrisch. Ook de koppen in de ontwikkelingen-feed wijzen die kant op: busaanbesteders kiezen overwegend voor de batterij.
Het volledige beeld is minder rooskleurig. Volgens de Europese autofabrikantenvereniging ACEA werden in de EU in dezelfde periode 22.590 nieuwe bussen geregistreerd. Het aandeel diesel was 58,2 procent, en de dieselregistraties stegen zelf ook, met 11 procent. De elektrische bus groeit dus snel, maar de dieselbus groeit mee omdat de hele markt groeit (plus 22,7 procent).
Hoe we hier kwamen
Bussen zijn een ideale eerste markt voor elektrificatie. Ze rijden vaste routes, keren elke nacht terug naar dezelfde remise en leggen veel kilometers per dag af. Daardoor verdient een laadpaal in de remise zich sneller terug dan een publieke laadpaal voor auto's. Gemeenten en vervoerders kopen bovendien in grote series, met een aanbesteding als stuurmiddel.
Nederland nam dat stuurmiddel serieus. Een akkoord uit 2016 tussen overheid en vervoerders schreef voor dat vanaf 2025 geen nieuwe dieselbussen meer worden verkocht, aldus IO+. In 2020 verwachtte onderzoeksbureau Elaad dat in 2025 zo'n 75 procent van de Nederlandse bussen elektrisch zou zijn.
De economie erachter
Die verwachting is niet uitgekomen, en de cijfers van CROW laten zien waarom. In 2025 reden er 2.748 uitstootvrije bussen in Nederland, na 853 nieuwe in dat jaar. Elektrische bussen reden 26 procent van de buskilometers, tegen 4 procent in 2018. Diesel haalde nog 65 procent, tegen 87 procent in 2018. Let op: dit zijn kilometers, geen vlootaandelen, dus de cijfers zijn niet een-op-een te vergelijken met de 75 procent uit 2020. Maar de richting is duidelijk: de transitie gaat snel, maar trager dan in 2020 werd verwacht. De ICCT meldt voor Nederland in de eerste helft van 2026 een uitstootvrij aandeel van 69,6 procent in de nieuwe bussen en touringcars (531 voertuigen). Het vervangingstempo bepaalt dus het tempo van de vlootverandering, niet de aankoopkeuze alleen.
De groei is bovendien ongelijk verdeeld. Volgens DVV steeg Italië van 369 naar 1.559 elektrische bussen en Polen van 148 naar 1.060. Het Verenigd Koninkrijk daalde van 1.299 naar 1.075 en Griekenland van 100 naar 8. Dat wijst op subsidiegedreven markten: waar het geld stopt, stopt de vraag.
Er is ook een afhankelijkheid. De zes Chinese merken in het DVV-overzicht (Yutong, BYD, King Long, Zhongtong, Golden Dragon en CRRC) leverden samen ruim 2.700 van de 8.141 bussen, ruwweg een derde. Yutong is met 1.636 stuks de grootste. De Nederlandse fabrikant VDL registreerde er 202. In Noorwegen toonde een test van vervoerder Ruter in november 2025 aan dat de fabrikant van Yutong-bussen via het mobiele netwerk bij het batterij- en voedingssysteem kan, en de bussen dus op afstand onbruikbaar kan maken, meldde Fortune. De bij Ruter geteste Nederlandse VDL-bussen konden geen updates op afstand ontvangen. Ruter scherpt de eisen in aanbestedingen aan.
Wie wint? Vervoerders met een eigen laadinfrastructuur en kopers die digitale toegang contractueel regelen. Wie verliest? Regio's zonder aanbestedingsdruk, en fabrikanten die niet op prijs kunnen concurreren.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack is de bus een proef op de som. Het kost veel minder energie per kilometer om een elektrische bus te laten rijden dan een dieselbus, maar de winst is pas echt als het laden samenvalt met overschot aan hernieuwbare stroom. Een remise met tientallen bussen is een voorspelbare, stuurbare last: precies het soort vraag dat netcongestie kan verlichten in plaats van verergeren. Tegelijk laat de streekbus zien waar de schaarste niet in de batterij zit maar in het ontwerp van het systeem. In het tweede kwartaal van 2026 was 87 procent van de interurbane bussen en touringcars diesel en 5 procent batterij-elektrisch, aldus ICCT. Daar zijn grotere batterijen of snelladers nodig. Recente items in de ontwikkelingen-feed, zoals de 150.000e commerciële elektrische BYD en zijn nieuwe elektrische oplegger, laten zien dat het aanbod naar zwaarder materieel doorschuift.
Wat te volgen
Drie indicatoren geven de komende twaalf maanden richting. Eén: het aandeel elektrisch in de nieuwe interurbane bussen en touringcars, nu 5 procent volgens ICCT. Twee: het aantal uitstootvrije bussen in Nederland ten opzichte van de CROW-prognose van 4.188 voor 2026, tegenover 2.748 in 2025. Drie: het Europese marktaandeel van Chinese fabrikanten, en of aanbestedingen digitale beveiligingseisen gaan opnemen.