Afgeschakelde zon en wind: Brazilië legt vast wie de rekening betaalt, en wie niet
Op 23 juli 2026 publiceerde het Braziliaanse ministerie van Mijnbouw en Energie een besluit met een ongemakkelijke vraag als kern: wie betaalt als een zonnepark of windmolen wordt stilgezet terwijl de zon schijnt en de wind waait? Portaria Normativa nr. 140 legt vast dat producenten een vergoeding kunnen claimen voor stroom die tussen 1 september 2023 en 25 november 2025 werd afgeschakeld. Maar alleen voor een deel van die afschakelingen.
Het besluit trekt een scherpe grens. Curtailment door externe oorzaken, zoals een transmissielijn die te laat klaar is of een ingreep van netbeheerder ONS voor de systeemstabiliteit, komt in aanmerking voor compensatie. Curtailment door overaanbod niet. Als er meer stroom wordt opgewekt dan het systeem op dat moment kan gebruiken, geldt dat volgens de overheid als marktrisico dat de producent zelf draagt.
Dat onderscheid lijkt technisch, maar het raakt de centrale ontwerpvraag van elk stroomsysteem dat richting overvloed beweegt. Afschakeling is daar geen storing meer, maar een dagelijks verschijnsel.
Hoe we hier kwamen
Curtailment was lang een marginaal probleem. Zolang zon en wind een klein deel van de opwek vormden, paste hun productie vrijwel altijd in de vraag. Dat is voorbij. Het Internationaal Energieagentschap schrijft in zijn rapport Renewables 2025 dat afschakeling met de groei van variabele energie in steeds meer markten zichtbaar wordt, van China en Duitsland tot Brazilië, Chili en Ierland.
Nederland laat de curve scherp zien. Volgens de Annual Market Update van TenneT groeide de marktgebaseerde curtailment van 88 gigawattuur in 2022 naar meer dan 1.000 gigawattuur in 2025, een stijging van 33,5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Producenten schakelen dan zelf af omdat de prijs negatief is. De oorzaak is bekend: het net en de vraag groeien langzamer dan het opgestelde vermogen. Op zonnige en winderige uren is er meer aanbod dan afname. Afschakeling is het gevolg, en daarmee een symptoom van overvloed, niet van schaarste.
De economie erachter
Het probleem zit in de tweede orde. Afgeschakelde stroom is verloren omzet, en verloren omzet verandert het investeringssignaal. Het IEA benoemt dat expliciet: curtailment verlaagt de inkomsten van ontwikkelaars, kan toekomstige investeringen ontmoedigen en kan landen op kosten jagen als zij producenten voor de gemiste stroom moeten vergoeden. In Brazilië en Chili leidde het groeiende afschakelrisico volgens hetzelfde rapport al tot geschrapte projecten.
Compensatie moet die investeringsbasis beschermen. De manier waarop Brazilië de grens trekt, verraadt een bewuste keuze. Door alleen netgerelateerde afschakeling te vergoeden en overaanbod als marktrisico te laten liggen, houdt de overheid het prijssignaal intact. Overaanbod vertelt de markt iets: bouw opslag, verschuif vraag, of stop met bijbouwen op een knooppunt dat al vol zit. Wie ook dat zou vergoeden, subsidieert overbouw op de verkeerde plek en dooft precies het signaal dat overvloed bruikbaar maakt.
De keerzijde is dat het risico ergens neerslaat. Producenten die puur door overaanbod worden getroffen, dragen de rekening zelf. In Nederland loopt die rekening via een ander mechanisme. De totale kosten voor congestiemanagement kwamen in 2025 uit op 127 miljoen euro, waarvan 48 miljoen in de aangewezen congestiegebieden, een stijging van 42 procent. Tegelijk daalde de capture rate van zonne-energie naar 65 procent en die van wind op land naar 75 procent. De markt beprijst de overvloed dus al, niet via een expliciete vergoeding maar via een lagere waarde per kilowattuur op de drukste uren.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack is dit de kern. Goedkope zonnepanelen en windmolens zijn een voorwaarde voor overvloed, maar geen garantie. De tweede flessenhals is het marktontwerp dat bepaalt wat een overschot waard is en wie het draagt. Curtailment-compensatie is daarin een stuurknop. Verkeerd afgesteld remt ze investeringen of subsidieert ze verspilling.
Het patroon keert terug in bijna elke ontwikkeling die Alithea volgt in de ontwikkelingen-feed: een technologie wordt goedkoop, waarna de schaarste verschuift naar een minder zichtbare laag. Bij zon en wind is die laag inmiddels bestuurlijk. De vraag is niet langer of de stroom er is, maar volgens welke regels het systeem met overschotten omgaat. Brazilië heeft nu een van de eerste expliciete antwoorden op papier.
Wat te volgen
Drie indicatoren zijn het komende jaar het volgen waard. Ten eerste de Nederlandse curtailmentcurve: of de marktgebaseerde afschakeling boven 1.000 gigawattuur doorstijgt en of de capture rate van zon verder onder 65 procent zakt, beide te vinden in de jaarrapportage van TenneT. Ten tweede of de Braziliaanse compensatie de stroom aan geschrapte projecten daadwerkelijk keert. Ten derde het buitenlandse ijkpunt Californië, waar netbeheerder CAISO in 2024 al 3,4 miljoen megawattuur afschakelde, 29 procent meer dan een jaar eerder en voor 93 procent zonnestroom. Naarmate het aandeel variabele energie groeit richting de 27 procent die het IEA voor 2030 voorziet, wordt de vraag wie de afgeschakelde stroom betaalt geen voetnoot meer, maar hoofdbeleid.