Twee derde minder zonnepanelen: China's markt krimpt, precies omdat de techniek won
China zette in de eerste helft van 2026 nog 72,07 gigawatt aan zonnepanelen bij. Dat is fors, maar het is ook bijna twee derde minder dan het jaar ervoor. In dezelfde periode van 2025 kwam er nog 212,21 gigawatt bij. De branchevereniging CPIA houdt voor heel 2026 een bandbreedte van 180 tot 240 gigawatt aan, tegen ongeveer 315 gigawatt in 2025. Zelfs de bovenkant van die schatting betekent iets wat sinds 2019 niet meer gebeurde: de Chinese zonnemarkt krimpt.
De krimp komt niet doordat de techniek faalde. Het tegendeel is waar. De prijs van een zonnepaneel daalde de afgelopen jaren zo hard dat de hele keten in de verliezen dook. Wang Bohua, oud-secretaris-generaal van de CPIA, noemde het een "diepe aanpassing". Volgens hem keert de markt terug naar een houdbaarder groeitempo, niet naar een omslag.
Dit is precies het soort moment waar Project Alithea naar kijkt. Overvloed aan productiecapaciteit botst hier op een markt en een net die daar niet op waren gebouwd.
Hoe we hier kwamen
Jarenlang draaide de Chinese zonnebouw op een gegarandeerd tarief, de zogenoemde feed-in tariff. Wie bouwde, wist wat de stroom opbracht. In juni 2025 schakelde China over op marktprijzen voor nieuwe zonne- en windprojecten. Voor die deadline ontstond een bouwgolf: iedereen wilde nog onder het oude, zekere tarief aansluiten. Die golf maakt de vergelijking met 2026 wat geflatteerd. Toch blijft de onderliggende beweging duidelijk.
Achter de installatiecijfers ligt een groter probleem: overcapaciteit. Eind 2025 kon de Chinese industrie bijna 900 gigawatt aan panelen per jaar maken, genoeg om de wereldvraag tot ver in het volgende decennium te dekken. Die overvloed drukte de prijzen tot onder de kostprijs. Begin juli 2026 lag de prijs van polysilicium 42,3 procent onder het niveau van januari, aldus de CPIA. Wafers werden 28,7 procent goedkoper, cellen 27,7 procent. De Chinezen hebben er een woord voor bedacht: "involutie", felle concurrentie die niemand meer iets oplevert.
De economie erachter
Goedkope panelen zijn goed nieuws voor wie ze koopt. Voor wie ze maakt, is het een bloedbad. De meeste Chinese fabrikanten draaien verlies. Dat dwingt tot tweede-orde effecten die verder reiken dan China zelf.
Het eerste effect is export. Terwijl de binnenlandse markt kromp, verkocht China in het eerste halfjaar voor 17,18 miljard dollar aan wafers, cellen en panelen naar het buitenland, ruim 24 procent meer dan een jaar eerder. De celexport steeg met bijna 37 procent. Afrika nam een groter deel van de Chinese panelen af. De overvloed verdwijnt niet, hij verplaatst zich.
Het tweede effect is beleid. Peking probeert de prijzenoorlog te temmen. Vanaf 1 januari 2027 gelden verplichte normen voor energieverbruik en rendement, bedoeld om verouderde fabrieken uit de markt te drukken. De grootste glasfabrikanten spraken af hun productie te verlagen. Dit is een gestuurde krimp: de staat probeert de overvloed te ordenen in plaats van hem vrij te laten razen.
Wie wint en wie verliest, hangt af van je positie in de keten. Kopers van panelen, van Nederlandse installateurs tot Afrikaanse mininetten, profiteren van historisch lage prijzen. Fabrikanten met dunne marges vallen om of fuseren. En de afhankelijkheid blijft groot: China maakte in 2024 nog 93,2 procent van het polysilicium en 86,4 procent van de panelen wereldwijd, becijferde denktank CSIS. Wat China met zijn overcapaciteit doet, bepaalt de prijs voor de rest van de wereld.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack zit hier een kernles in. De schaarste is verschoven. Tien jaar geleden was het paneel zelf de flessenhals, duur en beperkt beschikbaar. Dat is voorbij. Het paneel is nu bijna gratis in verhouding tot de rest van het systeem. De nieuwe knelpunten liggen elders: in het stroomnet, in de marktordening, in de vraag of een net overvloed aankan zonder negatieve prijzen of afschakeling.
Dat patroon komt in de ontwikkelingen-feed telkens terug. Zodra een technologie goedkoop wordt, duikt de volgende beperking op. Overvloed aan productie is geen eindpunt. Het is het begin van een nieuwe reeks ontwerpkeuzes, over netten, markten en wie de rekening van de aanpassing draagt.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden het verschil. Ten eerste het definitieve Chinese jaarcijfer: landt het binnen de band van 180 tot 240 gigawatt, of lager? Ten tweede de exportstroom naar Afrika en Europa, in volume en in prijs, want daar komt de Chinese overvloed nu terecht. Ten derde het effect van het anti-involutiebeleid: leidt de gedwongen consolidatie tot stabielere prijzen, of blijven fabrikanten verlies draaien? De CPIA verwacht dat de wereldwijde bijbouw in 2026 met 8 procent daalt naar 612 gigawatt, om vanaf 2027 weer te groeien. Of dat klopt, hangt minder af van de zon dan van het net en de markt eromheen.