CAR-T kost 327.000 euro, het ziekenhuis maakt hem voor een derde
Een driejarige jongen in Houston had een levertumor van 11,2 bij 9,6 centimeter. De kanker was uitgezaaid naar zijn longen. Drie chemokuren en drie operaties hielden de ziekte niet tegen: kort na de laatste ingreep verscheen een nieuwe tumor in zijn long. Hij kreeg daarna twee infusies met zijn eigen, genetisch aangepaste T-cellen. Een jaar later is hij nog steeds ziektevrij, zo beschrijven onderzoekers van Baylor College of Medicine deze maand in The New England Journal of Medicine (zie de ontwikkelingen-feed).
Het gaat om een CAR-T-therapie die gericht is op glypican-3, een eiwit dat veel voorkomt op levertumoren. De cellen zijn ook aangepast om de signaalstoffen interleukine-15 en interleukine-21 te maken, zodat ze langer actief blijven. De behandeling verliep volledig poliklinisch en zonder ernstige bijwerkingen, meldt ScienceAlert. Het gaat om één patiënt in een fase 1-studie, maar wel met een solide tumor, waar CAR-T tot nu toe zelden werkte.
De economische vraag is een andere: wie kan zich deze behandeling straks veroorloven?
Hoe we hier kwamen
CAR-T is in de VS sinds 2017 geregistreerd. Het principe: haal T-cellen uit het bloed van de patiënt, bouw er een receptor in die de kankercel herkent, vermeerder ze en geef ze terug. In Nederland kost Yescarta 327.000 euro per infusie en Kymriah 320.000 euro, volgens het Zorginstituut. Beide middelen kwamen pas in het basispakket na vertrouwelijke prijsonderhandelingen met de fabrikant.
Die prijs weerspiegelt niet de grondstofkosten. Het product is een levende cel van de patiënt zelf. De dure onderdelen zijn de virale vector, de cleanroom, het personeel en de kwaliteitscontrole. Commerciële producenten sturen de cellen naar een centrale fabriek, vaak in de Verenigde Staten. Dat kost vier tot zes weken.
De economie erachter
Ziekenhuizen laten zien dat het anders kan. Het Hospital Clínic in Barcelona ontwikkelde de CAR-T ARI-0001 zelf. De Spaanse toezichthouder keurde die in februari 2021 goed via de zogeheten hospital exemption, een Europese uitzondering voor therapieën die een ziekenhuis zelf maakt voor eigen patiënten. De Spaanse overheid vergoedt ARI-0001 voor 89.270 euro, ruwweg een kwart van de commerciële prijs.
Ook in Nederland gebeurt dit al. Het UMCG maakt sinds 2020 samen met de ziekenhuisapotheek eigen CAR-T-cellen voor patiënten met B-cellymfoom. Volgens Radboudumc is die behandeling drie keer goedkoper dan de commerciële variant en duurt de productie zeven dagen in plaats van vier tot zes weken. In India kwam de VELCART-studie, met productie in het ziekenhuis zelf, uit op 47.831 dollar per patiënt. Dat is inclusief de volledige zorg.
De schaarste zit hier dus niet in de biologie, maar in het productiemodel. Centrale productie betaalt voor transport, marge en eerdere mislukte kandidaten. Lokale productie vraagt vooral een cleanroom, een geautomatiseerd apparaat en getraind personeel.
Er zijn wel grenzen. De hospital exemption geldt alleen voor niet-routinematige toepassing binnen één lidstaat. Kwaliteitseisen verschillen per land. De farmaceutische industrie stelt dat ziekenhuisproductie de prikkel om te investeren in nieuwe therapieën ondermijnt. Dat argument is niet zonder grond: opschaling van een fase 1-succes naar honderden patiënten vraagt grote, dure vervolgstudies. Bovendien is het gespecialiseerde personeel zelf schaars.
Europa zoekt een middenweg. Het Europees Parlement en de Raad bereikten op 11 december 2025 een politiek akkoord over de herziening van de geneesmiddelenwetgeving. De hospital exemption blijft bestaan, maar met nieuwe eisen voor dataverzameling, rapportage en jaarlijkse evaluatie.
Implicatie voor de gezondheid-stack
Voor de gezondheid-stack is dit een schoolvoorbeeld van kunstmatige schaarste. De kennis om CAR-T-cellen te maken is gepubliceerd. De apparatuur is commercieel verkrijgbaar. Wat de behandeling duur maakt, is de keuze voor centrale productie onder patent, met een prijs die is afgestemd op wat zorgstelsels maximaal willen betalen.
Nederland test het alternatief nu op grotere schaal. Het LUMC en Amsterdam UMC krijgen 14,6 miljoen euro van het Zorginstituut en ZonMw om zelfgemaakte CAR-T-cellen te testen bij auto-immuunziekten als lupus. Het onderzoek loopt zes jaar en moet uitwijzen of academische productie in het basispakket kan. Auto-immuunziekten treffen veel meer patiënten dan de huidige CAR-T-indicaties. Bij een prijs van 360.000 euro per patiënt is brede toepassing onbetaalbaar. Bij een derde van die prijs verandert de rekensom.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen de komende twaalf maanden of CAR-T een schaars of een overvloedig goed wordt. Ten eerste de definitieve tekst van de Europese geneesmiddelenwet, die eind 2026 wordt verwacht: blijft de hospital exemption bruikbaar of wordt de rapportagelast te zwaar? Ten tweede de resultaten van de Europese studie naar ziekenhuis-CAR-T bij leukemie in Groningen en Nijmegen, en het EMA-besluit over ARI-0001. Ten derde de uitkomsten van de CARE- en IMPACT-studies naar GPC3-CAR-T bij levertumoren: werkt de therapie ook bij meer dan één kind?