De cacaoprijs stortte in met 75 procent, de chocoladereep werd niet goedkoper
In april 2026 zakte de wereldmarktprijs voor cacao tijdelijk tot ongeveer 3.000 dollar per ton. Anderhalf jaar eerder stond diezelfde ton op bijna 13.000 dollar. Een daling van ruim 75 procent in iets meer dan een jaar is uitzonderlijk, zelfs voor een grondstof die berucht staat om haar schommelingen.
De oorzaak is prozaïsch. Betere regenval in Ivoorkust en Ghana leverde een ruimere oogst. De wereldproductie steeg in het seizoen 2024/25 met ongeveer 7,6 procent naar circa 4,70 miljoen ton. Handelshuis StoneX raamt voor 2025/26 een overschot van 287.000 ton. Tegelijk kromp de vraag, want de recordprijzen van 2024 joegen kopers weg en lieten voorraden oplopen.
Toch werd de reep in het schap niet goedkoper. Dat verschil tussen grondstofprijs en winkelprijs is het interessante deel van dit verhaal.
Hoe we hier kwamen
Cacao groeit in een smalle band rond de evenaar, en ruwweg twee derde van de wereldoogst komt uit West-Afrika. Die concentratie is geen natuurwet maar koloniale erfenis: plantages werden aangelegd waar het klimaat paste en de arbeid goedkoop was, en de verwerking bleef in Europa en Noord-Amerika. Ongeveer 2,5 miljoen kleine boeren telen het gewas, meestal op enkele hectaren.
Een cacaoboom draagt pas na drie tot vijf jaar vrucht. Dat maakt het aanbod traag: als de prijs stijgt, kan de productie niet meebewegen, en als de prijs daalt, staan de bomen er nog steeds. Precies die traagheid produceert de zweepslag van 2024 naar 2026.
De boerenprijs wordt in Ivoorkust en Ghana niet door de markt bepaald maar door de staat vastgesteld. Voor 2026 verlaagde Ivoorkust de garantieprijs met meer dan de helft, naar 1.200 CFA per kilo, omgerekend zo'n 2,13 dollar. Boeren meldden aan persbureaus dat hun marge na productiekosten vrijwel verdampt is. Sommigen lieten peulen aan de boom rotten of stapten over op zandwinning. Wie tijdens de piek niet meeprofiteerde, draagt nu wel de klap.
De economie erachter
De keten verdeelt risico ongelijk. Handelaren houden volgens marktanalyses ongeveer 1 procent van de winst in de cacaoketen over; het grootste deel van de marge zit bij de chocoladefabrikanten en de retail. Afrikaanse landen exporteren overwegend ruwe bonen, terwijl malen, conchen, merken en distribueren elders gebeurt. De bonenprijs is daarmee slechts een fractie van de kostprijs van een reep.
Dat verklaart de asymmetrie. Toen cacao verdrievoudigde, gaven fabrikanten die stijging door aan de consument, vaak via kleinere verpakkingen. Nu cacao is ingestort, blijven de winkelprijzen hangen. Suiker, melkpoeder, verpakking, energie en arbeid stegen ondertussen door, en langlopende inkoopcontracten uit de dure periode werken nog maanden na. De daling landt eerst op de balans van de verwerker, niet in het schap.
Er is een tweede-orde-effect dat minder zichtbaar is. De hoge prijzen van 2024 en 2025 gaven een sterke prikkel tot herformulering: minder cacao per reep, meer vulling, en investeringen in alternatieven. Nu de grondstof goedkoop is, verdwijnt een deel van die prikkel. Een prijscrash kan innovatie dus even hard afremmen als een prijspiek haar aanjoeg. Dat is de klassieke reboundval: goedkoop maakt zuinig gedrag onrendabel.
Implicatie voor de voeding-stack
Voor de voeding-stack is cacao een schoolvoorbeeld van ontworpen schaarste. De schaarste zit niet in de plant, maar in de geografische concentratie, de traagheid van de boom en de plek waar waarde wordt toegevoegd. Zolang die drie factoren vastliggen, blijft de prijs volatiel en de boer kwetsbaar, ongeacht de oogst.
Precisiefermentatie probeert die geografie los te koppelen van het product. Het Duitse Planet A Foods maakt met ChoViva een cacaovrij alternatief uit gefermenteerde reststromen zoals havervezel en melasse uit de suikerbietindustrie, en haalde in december 2024 30 miljoen dollar op om op te schalen. Het ingrediënt zit inmiddels in circa 110 producten in tien landen, geproduceerd in een fabriek bij München met een capaciteit van rond 2.000 ton per jaar en een aangekondigde uitbreiding richting 10.000 ton. Ter vergelijking: de wereldmarkt telt 4,70 miljoen ton. De technologie werkt, de schaal is nog een rondingsfout.
Dat is het bekende patroon uit eerdere analyses in deze reeks. Een technologie bewijst zichzelf, waarna de flessenhals verschuift naar fabriekscapaciteit en kostprijs. Bij een cacaoprijs van 12.000 dollar was het alternatief vanzelf concurrerend. Bij 3.000 dollar moet het op eigen kracht winnen. Vergelijkbare bewegingen zijn te volgen via de ontwikkelingen-feed.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden duidelijk waar dit heen gaat. Eén: de garantieprijs die Ivoorkust en Ghana vaststellen voor het seizoen 2026/27, nu 1.200 CFA per kilo in Ivoorkust. Twee: de consumentenprijsindex voor chocolade in Nederland en de eurozone, die moet gaan dalen als de grondstofcrash doorwerkt. Drie: de gerealiseerde productiecapaciteit van cacaovrije fabrikanten, nu enkele duizenden tonnen per jaar. Blijft die capaciteit groeien terwijl cacao goedkoop is, dan is het alternatief structureel geworden in plaats van een prijsreactie.