Bestuurlijke schaarste: 459 Amerikaanse counties, 96 megawatt Nederlandse wind, één patroon
Op 5 mei 2026 stemde Richland County in Ohio met 53 tegen 47 procent voor het behoud van een verbod op wind- en zonneparken in elf townships. Daarmee werd het de 28e county in Ohio die nieuwe utility-scale renewables effectief blokkeert. Op dezelfde dag presenteerde het Nederlandse kabinet een Aansluitoffensief om de wachtrij voor het stroomnet binnen twee jaar te verkleinen. Eind 2025 stonden er ruim 15.000 grootverbruikers en 8.500 producenten in die rij.
Twee gebeurtenissen, twee landen, één onderliggende structuur. De techniek voor goedkope hernieuwbare opwekking bestaat, is uitgerold en daalt door in prijs. Maar bestuurlijke keuzes vertragen of blokkeren de uitrol. De schaarste die daaruit volgt is geen fysiek probleem, hij is besloten.
Hoe we hier kwamen
Het kostenargument is gewonnen. Het Amerikaanse EIA projecteert voor nieuwe installaties in 2026 een levelized cost of electricity van rond 31 dollar per megawattuur voor onshore wind en 29 dollar voor utility-scale solar, goedkoper dan elke fossiele optie. Lazard berekende in april 2026 dat de levelized costs van renewables 53 procent onder die van kernenergie liggen.
Toch groeide het Nederlandse wind-op-land vermogen in 2025 met slechts 96 megawatt, de laagste toevoeging sinds 2017. De RVO verwacht in 2026 zelfs een netto daling van de geïnstalleerde capaciteit met ongeveer 190 megawatt, omdat oude turbines worden afgebroken en niet snel genoeg worden vervangen. Niet wegens technisch tekort, maar omdat sinds de rechterlijke vernietiging van de landelijke milieunormen in 2021 gemeenten en provincies eigen voorwaarden moeten stellen, en daar terughoudend mee zijn.
De economie erachter
In de Verenigde Staten heeft het Sabin Center for Climate Change Law van Columbia Law School vastgesteld dat eind 2024 minstens 459 counties en gemeenten in 44 staten zware lokale beperkingen op zonne- en windenergie hadden aangenomen. Een groei van 16 procent in één jaar. Tegelijk waren 293 projecten in actieve juridische of bestuurlijke controverse. De Ohio-wet Senate Bill 52 uit 2021 gaf county-commissioners het instrument om grote projecten te weren. De Richland-stemming laat zien hoe een lokale meerderheid dat instrument gebruikt.
Voor ontwikkelaars verandert daarmee de risicocalculus. Niet de techniek of de financiering, maar de juridische haalbaarheid wordt de bottleneck. Dat is een kostenpost die niet in de LCOE-tabel staat: planningsrisico vertaalt zich in een hoger gevraagd rendement op kapitaal, langere doorlooptijden en kleinere pijplijnen.
Nederland kent een eigen variant. De wachtrij voor het stroomnet is bestuurlijk en planologisch, niet technologisch. TenneT en de regionale netbeheerders investeren tot 2030 ruim 100 miljard euro in netverzwaring, maar fysieke aanleg duurt jaren omdat tracékeuze, vergunningen en grondverwerving lokaal worden beslist. Voor alleen de uitbreiding van het hoogspanningsnet is volgens berekeningen van Change.inc circa 11.000 voetbalvelden aan grond nodig, telkens via lokale ruimtelijke procedures.
Implicatie voor de energie-stack
In de energie-stack van Project Alithea is de kernobservatie dat marginale kosten van zonne- en windopwekking naar nul tenderen, en dat overvloed daarmee economisch beschikbaar wordt. Maar overvloed is geen automatisme: hij moet ook bestuurlijk worden toegelaten. De Richland-stemming en de Nederlandse vergunningstilstand zijn allebei gevallen waarin een lokale meerderheid of een bestuurlijke leemte ervoor zorgt dat goedkope elektronen niet op het net komen.
Wie naar de ontwikkelingen-feed kijkt, ziet het patroon parallel terug: een Amerikaans utility tekent een buildout-deal van 4 gigawatt solar-plus-storage, terwijl een Ohio-county een verbod handhaaft. Op de bulkmarkt wordt het businessmodel snel goedkoper. Op het niveau van lokale ruimtelijke ordening wordt het tegelijk moeilijker uit te rollen. De marktcurve en de planningscurve lopen uit elkaar.
Dat onderscheid is analytisch belangrijk. De netcongestie-discussie in Nederland richt zich vaak op infrastructuur en koper. De Amerikaanse renewables-discussie richt zich vaak op subsidies en federale belastingvoordelen. Maar in beide landen is de bindende beperking inmiddels iets anders: het lokale planningsproces. Wie de uitrol wil versnellen, kan minder bereiken met meer geld of meer techniek, en meer bereiken met andere besluitvormingsregels.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden.
Eerste: de jaarlijkse update van het Sabin Center over Amerikaanse counties met severe restrictions, om te zien of de groei van 16 procent doorzet of afvlakt. Een stijging boven 525 zou erop wijzen dat het patroon zich verbreedt buiten de gepolariseerde middenwesten.
Tweede: de Nederlandse milieunormen voor windturbines, die naar verwachting eind 2026 worden vastgesteld. Zonder uniforme norm blijft gemeentelijke terughoudendheid de bovengrens van wind-op-land bepalen.
Derde: de mate waarin het Aansluitoffensief de wachtrij echt verkort. Een afname van ruim 15.000 grootverbruikers naar onder de 10.000 in twee jaar zou een structurele verbetering zijn. Een afname van minder dan 1.000 per jaar duidt op cosmetische ingrepen.