25 gigawatt zon en wind zonder nieuwe kabel: deel de aansluiting die er al ligt
Europa kan 25 gigawatt extra zon en wind aansluiten zonder één meter nieuwe hoogspanningskabel. Dat becijferde de energiedenktank Ember in juli 2026. De truc is simpel: zet windturbines of zonnepanelen op de netaansluiting die een bestaande waterkrachtcentrale al heeft.
Ember keek naar de waterkracht in zeven EU-landen: Oostenrijk, Bulgarije, Frankrijk, Italië, Portugal, Roemenië en Spanje. Samen goed voor 93 van de 131 gigawatt geïnstalleerde waterkracht in de Unie. Een waterkrachtcentrale gebruikt zijn aansluiting lang niet altijd vol. Door er zon of wind achter te hangen, verdubbelt de benutting van datzelfde aansluitpunt gemiddeld. De centrale blijft binnen de exportlimiet die al is vergund.
De uitkomst dekt volgens Ember 18 procent van de hernieuwbare capaciteit die deze landen tot 2030 willen bijbouwen. Zonder vergunningstraject voor nieuwe lijnen. Zonder jaren wachten op een transformator. Het is precies het soort winst dat zichtbaar wordt als je schaarste niet als natuurwet leest, maar als ontwerpkeuze.
Hoe we hier kwamen
Het stroomnet is gebouwd voor de piek. De meeste uren van het jaar staat een groot deel van de capaciteit ongebruikt. Dat was lang geen probleem. Nu wel, want de wachtrij om aan te sluiten is wereldwijd explosief gegroeid. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) staat er ruim 2.500 gigawatt aan zon, wind, opslag en grootverbruik in de aansluitrij.
Het bijbouwen van net gaat traag. Een nieuwe hoogspanningslijn plannen, vergunnen en bouwen kost 5 tot 15 jaar. Een zonnepark of datacenter staat er in 1 tot 5 jaar. De prijzen van kabels en transformatoren zijn in vijf jaar bijna verdubbeld, aldus het IEA. De aanbod- en vraagkant rennen dus vooruit, terwijl het net achterblijft. Die kloof is de echte flessenhals van de energietransitie zie de ontwikkelingen-feed.
De economie erachter
Er zijn twee manieren om meer uit bestaand net te halen. De eerste is hardware. Met dynamic line rating meet je continu hoe warm een lijn echt is, in plaats van met een vaste veiligheidsmarge te rekenen. Dat levert 20 tot 30 procent extra capaciteit op, becijfert het IEA. Reconductoring, oftewel de oude draad vervangen door een moderne geleider, verhoogt de capaciteit van een lijn met 50 tot 100 procent. Een studie in PNAS liet in 2024 zien dat dit de doorvoer binnen hetzelfde tracé kan verdubbelen. De kosten blijven onder de helft van een nieuwe lijn.
De tweede manier is coördinatie, en die is goedkoper. Bij een non-firm aansluiting mag een partij het net op, op voorwaarde dat de netbeheerder de invoeding op drukke momenten mag terugregelen. Het IEA schat dat zulke voorwaardelijke contracten wereldwijd 750 tot 900 gigawatt kunnen ontsluiten. De prijs is curtailment: stroom die je af en toe niet kwijt kunt. In Brazilië is nu vastgelegd hoe producenten daarvoor worden gecompenseerd. Dat is een teken dat curtailment verschuift van uitzondering naar normaal marktrisico.
Wie wint en wie verliest? Ontwikkelaars die snelheid boven zekerheid stellen, winnen. Ze zijn jaren eerder operationeel. Verliezers zijn partijen die volledige, gegarandeerde capaciteit eisen, want die zekerheid wordt nu expliciet beprijsd. Het reboundrisico zit in overbouw. Als achter één aansluiting te veel wordt gezet, stijgt de curtailment sneller dan de extra opbrengst. De winst is dus reëel, maar niet oneindig.
Implicatie voor de energie-stack
Voor Nederland is dit geen theorie. TenneT waarschuwde begin 2026 dat Flevoland, Gelderland en Utrecht tegen hun absolute limiet zitten. De netbeheerder introduceerde daarom het tijdsduurgebonden transportrecht. Een klant krijgt daarmee minstens 85 procent van de tijd gegarandeerd transport. De resterende 15 procent aan flexibiliteit gaat terug naar het net voor piekmomenten. Daarnaast bestaat cable pooling, waarbij zon en wind samen één aansluiting delen. Dat is precies de Nederlandse variant van wat Ember voor de Europese waterkracht voorrekent.
De kern raakt de energie-stack recht in het hart. Goedkope opwek is er al. De schaarste zit niet in het koper, maar in hoe we bestaande aansluitingen verdelen en over de tijd uitsmeren. Dat maakt netcapaciteit minder een bouwprobleem en meer een coördinatieprobleem: een kwestie van contracten, meetdata en marktregels. TenneT vat het in een eigen column bondig samen als winst door niet te bouwen.
Wat te volgen
Drie indicatoren maken de komende twaalf maanden duidelijk of deze winst wordt verzilverd. Ten eerste: het aantal gigawatt dat in Nederland via tijdsduurgebonden en cable-poolingcontracten daadwerkelijk wordt aangesloten. Ten tweede: de curtailmentvolumes, want die zijn de rekening van non-firm toegang en laten zien waar overbouw ontstaat. Ten derde: de eerste reconductoring- en dynamic-line-ratingprojecten bij TenneT en de regionale netbeheerders, en of die sneller worden opgeleverd dan een nieuwe lijn.