15.014 bedrijven in de rij voor stroom, de batterij achter de meter wordt de sluiproute
Eind 2025 stonden 15.014 bedrijven op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting. Dat is 26 procent meer dan een jaar eerder. Samen vragen ze 9,3 gigawatt aan transportvermogen, blijkt uit de derde voortgangsrapportage van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (april 2026). Van alle transportverzoeken kon vorig jaar slechts circa 5 procent worden gehonoreerd.
In dezelfde rapportage staat een tweede cijfer dat minder aandacht kreeg: het aantal opslagcontracten bij netbeheerders steeg van 94 naar 237, met bijna 281 megawatt aan gecontracteerd vermogen. Steeds meer bedrijven wachten niet op het net. Ze zetten een batterij achter de meter en organiseren hun eigen capaciteit.
De industrie levert daar inmiddels standaardproducten voor. Op 12 augustus presenteerde de Chinese fabrikant Deye een modulair opslagsysteem voor bedrijven, schaalbaar tot 2,5 megawatt, met naadloze omschakeling tussen net en batterij zie de ontwikkelingen-feed. Vijf jaar geleden was zo'n systeem maatwerk voor specialisten. Nu is het een catalogusartikel met een levertijd van weken.
Hoe we hier kwamen
Het Nederlandse stroomnet is gebouwd op zekerheid, niet op groei. De leveringszekerheid ligt op 99,99988 procent. Die norm heeft een prijs: een flink deel van de netcapaciteit blijft als reserve ongebruikt. Zolang de vraag stabiel was, viel dat niet op. Door elektrificatie van industrie, vervoer en verwarming explodeerde de vraag naar transportcapaciteit, terwijl uitbreiding traag verloopt. Een gemiddeld hoogspanningsproject duurt circa tien jaar. Er moet 80.000 kilometer kabel bij en er zijn zo'n 50.000 nieuwe transformatorhuisjes nodig, een investering van bijna 200 miljard euro (NOS, februari 2026).
De schaarste zit dus niet in de elektronen. Nederland wekt meer dan genoeg stroom op. De schaarste zit in de kabels en in de regels die bepalen wie ze mag gebruiken. Dat maakt netcongestie een ontwerpprobleem: de leveringszekerheidsnorm, de wachtrijvolgorde en de tariefstructuur zijn keuzes, geen natuurwetten.
De economie erachter
Terwijl de wachtrij groeide, kelderde de prijs van het alternatief. Volgens de batterijprijsstudie van BloombergNEF (december 2025) daalde de gemiddelde prijs van een lithium-ion batterijpakket met 8 procent naar 108 dollar per kilowattuur. Voor stationaire opslag was de daling veel scherper: naar 70 dollar per kilowattuur, 45 procent lager dan in 2024. Chinese overcapaciteit en de opmars van het goedkope LFP-type drijven die daling. Europese prijzen liggen nog ruim boven het Chinese niveau, maar Chinese producenten richten zich juist agressiever op de Europese markt om volume te houden.
Die twee curves kruisen elkaar nu. Voor een bedrijf dat jaren moet wachten op een zwaardere aansluiting is een batterij van enkele honderden kilowatts geen experiment meer, maar een rekensom. De batterij vlakt pieken af, vergroot het eigen verbruik van zonnestroom op het dak en maakt contractvormen mogelijk die het net ontlasten. Dat is zichtbaar in de cijfers: het aantal blokstroomcontracten steeg van 41 naar 142, het aantal capaciteitsbeperkingscontracten voor afname van 18 naar 243.
Er zit een scherp randje aan. Wie kapitaal heeft, koopt zich om de wachtrij heen. Wie dat niet heeft, blijft staan. Vanaf 1 juli 2026 komen ook kleinverbruikers op de wachtlijst. En de batterij achter de meter lost vooral het probleem op van het bedrijf dat hem koopt; de kosten van het publieke net worden intussen door alle gebruikers gedragen. Als veel flexibiliteit privaat wordt afgeschermd, blijft er minder over voor het systeem als geheel.
Implicatie voor de energie-stack
Voor de energie-stack is dit het patroon in het klein: overvloed aan opwek, schaarste in distributie. De prijsdaling van batterijen maakt een deel van die schaarste omzeilbaar, maar alleen decentraal en alleen voor wie kan investeren. Beleid bepaalt of dit een sluiproute blijft of systeemwinst wordt. Overheid, netbeheerders en bedrijven presenteerden in februari een plan dat voor 2030 5 tot 10 gigawatt aan netruimte moet vrijspelen, door meer risico te accepteren en flexibiliteit te belonen. De nieuwe Energiewet maakt sinds 1 januari 2026 cable pooling wettelijk mogelijk, en netbeheerders moeten voor 1 juli 2026 het prioriteringskader van de ACM invoeren.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Eén: de vierde voortgangsrapportage van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, en vooral of het aantal opslag- en flexcontracten opnieuw verdubbelt. Twee: de BNEF-batterijprijsstudie van december 2026, met de vraag of stationaire opslag onder de 70 dollar per kilowattuur zakt. Drie: het effect van het ACM-prioriteringskader na 1 juli 2026: krimpt de wachtlijst van 15.014 bedrijven voor het eerst, of groeit hij door?