Het eerste nieuwe antibioticum in vijftig jaar wordt nu getest, de markt ervoor is al failliet
Roche start een fase 3-studie met zosurabalpin, een antibioticum tegen carbapenem-resistente Acinetobacter baumannii. Het middel wordt vergeleken met de standaardbehandeling bij naar schatting 400 patiënten, op locaties in Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Azië. Het molecuul kwam uit een screening van bijna 45.000 verbindingen en blokkeert het transport van lipopolysacchariden naar de buitenmembraan van de bacterie, een aangrijpingspunt dat klinisch nog nooit is gebruikt. Haalt het de eindstreep, dan is het de eerste nieuwe antibioticaklasse tegen gramnegatieve bacteriën in ongeveer vijftig jaar. Bij invasieve infecties met deze bacterie ligt de sterfte tussen 40 en 60 procent, meldt het Amerikaanse onderzoeksinstituut CIDRAP.
Zeven jaar eerder liep een vergelijkbaar verhaal anders af. Achaogen bracht in juli 2018 plazomicin op de markt, goedgekeurd voor gecompliceerde urineweginfecties. Tot het eind van dat jaar verkocht het bedrijf voor 800.000 dollar aan het middel. In april 2019 vroeg Achaogen faillissement aan, schreef vakblad Chemical & Engineering News.
Twee keer werkende wetenschap, twee keer een markt die niet meebeweegt. Dat is geen natuurwet. Het is een prijsmechanisme dat verkeerd om staat.
Hoe we hier kwamen
Bij vrijwel elk geneesmiddel geldt: meer gebruik is meer omzet. Bij antibiotica is die logica giftig. Elk recept versnelt resistentie, dus goed medisch beleid schrijft een nieuw reservemiddel juist zo weinig mogelijk voor. Een fabrikant die een uitstekend antibioticum ontwikkelt, wordt beloond met een product dat op de plank blijft liggen. De ontwikkelkosten zijn die van elk ander medicijn, de omzet is die van een niche.
Het resultaat is zichtbaar in de pijplijn. Grote farmaceuten trokken zich terug en het onderzoek verschoof naar kleine biotechbedrijven zonder inkomsten. NHS England noemt dat in zijn eigen beleidsdocument zonder omhaal marktfalen.
De rekening loopt intussen op. Het Europese ECDC schat dat jaarlijks meer dan 35.000 mensen in de EU en de EER overlijden aan infecties met resistente bacteriën, bijna honderd per dag. Het GRAM-onderzoek in The Lancet komt voor de periode 2025 tot 2050 uit op 39 miljoen sterfgevallen wereldwijd die direct aan resistentie zijn toe te schrijven, en op 1,91 miljoen doden in het jaar 2050 alleen.
De economie erachter
De reparatie die nu wordt geprobeerd, heet ontkoppeling: betaal de fabrikant niet per verkochte doos, maar voor beschikbaarheid. Engeland begon daar in 2022 mee en heeft het model sinds 2024 verbreed. Een onafhankelijk panel bij NICE scoort een nieuw antibioticum en plaatst het in een van vier waardebanden: 5, 10, 15 of 20 miljoen pond per jaar voor Engeland. Contracten lopen drie jaar, verlengbaar tot maximaal vijftien jaar. De betaling staat volledig los van het aantal voorschriften. Wie zuinig is met het middel, verdient er precies evenveel aan.
Europa kiest een ander instrument. In het pharma package waarover Raad en Parlement in december 2025 een akkoord bereikten, zit een overdraagbare exclusiviteitsvoucher voor prioritaire antibiotica. Een bedrijf dat zo'n middel ontwikkelt, krijgt een jaar extra marktbescherming, in te zetten op een willekeurig ander eigen of verkocht geneesmiddel. Er geldt een blockbusterclausule: de voucher mag niet worden gebruikt op producten met meer dan 490 miljoen euro bruto jaaromzet in de voorgaande vier jaar.
Die twee ontwerpen verdelen de kosten heel verschillend. Het abonnement is een zichtbare post op een zorgbegroting: een bedrag, een jaar, een contract. De voucher is een verborgen post. Hij wordt betaald doordat een generiek middel elders een jaar later op de markt komt, waardoor patiënten en verzekeraars langer de merkprijs betalen voor iets wat niets met resistentie te maken heeft. De kosten zijn reëel, alleen staan ze in niemands begroting. Dat maakt het instrument politiek aantrekkelijk en economisch ondoorzichtig.
Er is ook een terugslagrisico. Een abonnement beloont beschikbaarheid, maar zegt niets over de vraag of het middel bij de juiste patiënt terechtkomt. Zonder strakke diagnostiek en registratie kan een gegarandeerde vergoeding alsnog leiden tot ruimer voorschrijven, precies het gedrag dat het reservemiddel waardeloos maakt. Ontkoppeling repareert de aanbodkant. De vraagkant blijft mensenwerk.
Implicatie voor de gezondheids-stack
De gezondheids-stack draait om de vraag welke gezondheid technisch mogelijk is en welke daarvan feitelijk beschikbaar is. Antibiotica laten zien dat het gat daartussen niet altijd technisch is. Het molecuul bestaat, de screening werkt, de fase 3-studie loopt. Wat ontbrak was een manier om een bedrijf te betalen voor iets dat waardevoller wordt naarmate het minder wordt gebruikt.
Dat is schaarste als ontwerpkeuze in zuivere vorm. Niemand besloot dat er vijftig jaar lang geen nieuwe klasse tegen gramnegatieve bacteriën zou komen. Het volgde uit een betaalmodel dat volume beloont in een domein waar volume het probleem is. Andere ontwikkelingen in de ontwikkelingen-feed laten hetzelfde patroon zien in energie en materialen: de techniek is er eerder klaar dan de instituties die haar moeten uitbetalen.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Ten eerste: of het pharma package formeel wordt aangenomen en in werking treedt, en welk middel als eerste een exclusiviteitsvoucher krijgt toegekend. Ten tweede: de resultaten van de zosurabalpin-studie bij de 400 CRAB-patiënten, en of Roche daarna in Europa een vergoedingsroute vindt die niet op volume leunt. Ten derde: de Europese doelen uit de Raadsaanbeveling van juni 2023, waaronder 20 procent minder antibioticagebruik bij mensen in 2030 en minimaal 65 procent uit de Access-groep van de WHO. De EU stond daarbij op 59,8 procent, met negen lidstaten boven de norm. Beweegt dat percentage niet, dan is elk nieuw middel alleen uitstel.