AI wordt de vraagmotor van energie: van de Amerikaanse opslagboom tot de OPEC-exit van de Emiraten
In het eerste kwartaal van 2026 plaatsten de Verenigde Staten 9,7 gigawattuur aan nieuwe batterijopslag. Dat is 32 procent meer dan een jaar eerder, blijkt uit de kwartaalrapportage van branchevereniging SEIA en Benchmark Mineral Intelligence. De curve buigt niet af. Benchmark schat dat opslag dit jaar 41 procent van de Amerikaanse batterijvraag opslokt, tegen 26 procent twee jaar geleden.
Achter die cijfers zit een verklaring die steeds zwaarder weegt: kunstmatige intelligentie. Datacenters die AI-modellen trainen en draaien vragen enorme, stabiele hoeveelheden stroom. Batterijen vangen de pieken op en houden de levering constant. De vraag naar rekenkracht is daarmee deels de vraag naar opslag geworden. Zie de ontwikkelingen-feed voor de oorspronkelijke melding.
Aan de andere kant van de wereld leidde dezelfde logica tot een tegengestelde zet. Op 1 mei 2026 stapten de Verenigde Arabische Emiraten uit OPEC. Volgens Rest of World komt daarmee meer dan 61 miljard dollar aan jaarlijkse olie-inkomsten vrij, geld dat het land in AI-infrastructuur wil steken. Binnen twee dagen kondigde staatsbedrijf ADNOC 55 miljard dollar aan versnelde investeringen aan in oliewinning, raffinage en gas.
Hoe we hier kwamen
Twintig jaar lang was de elektriciteitsvraag in rijke landen vrijwel vlak. Efficiëntere apparaten compenseerden de groei. Datacenters waren een nichepost. Dat beeld is voorbij.
Het Internationaal Energieagentschap raamt dat datacenters wereldwijd hun stroomverbruik verdubbelen van ongeveer 485 terawattuur in 2025 naar 950 terawattuur in 2030, ongeveer 3 procent van de mondiale vraag. Het AI-deel daarvan groeit het hardst en verdrievoudigt in dezelfde periode. Anthropic raamt dat het trainen van een enkel frontier-model in 2027 vijf gigawatt vraagt, en dat de Amerikaanse AI-sector tot 2028 vijftig gigawatt extra capaciteit nodig heeft.
Schaarste aan stroom is hier geen natuurwet. Het is het gevolg van keuzes: hoe snel netten worden verzwaard, welke aansluitingen voorrang krijgen, en of opslag op tijd wordt gebouwd.
De economie erachter
De twee bewegingen leggen dezelfde dynamiek bloot vanuit tegengestelde hoek. In de Verenigde Staten trekt AI-vraag kapitaal naar batterijen en zonnepanelen, omdat die het snelst te bouwen zijn. In de Emiraten trekt dezelfde vraag kapitaal naar olie en gas, omdat datacenters daar op fossiele stroom draaien. Microsoft legde in november 2025 al 15,2 miljard dollar vast voor datacenters in de Emiraten via Khazna, dat ruim 70 procent van de lokale datacentercapaciteit beheert.
Daar zit het rebound-risico. Aardgas dat vrijkomt bij oliewinning is precies de brandstof die de Emiraten willen inzetten voor rekenkracht. AI-vraag kan zo nieuwe fossiele infrastructuur vastzetten in plaats van die te vervangen.
Tegelijk is de boom kwetsbaar. Volgens marktdata is begin 2026 bijna de helft van de voor dit jaar geplande Amerikaanse datacenters vertraagd of geschrapt, door tekorten aan transformatoren, schakelapparatuur en batterijen. Het energieagentschap waarschuwt dat juist die knelpunten de meest agressieve groeiscenario's onwaarschijnlijk maken. De bottleneck zit niet in de chips, maar in het staal en koper van het net.
Implicatie voor de informatie-stack
Hier raken twee stacks elkaar. Rekenkracht hoort bij de informatie-stack, maar de prijs ervan wordt nu gezet door de energie-stack. Wie geen stroom krijgt, traint geen model.
Nederland laat dat scherp zien. Netbeheerder TenneT zette begin 2026 meerdere datacenter-aanvragen op pauze, in sommige gebieden tot 2035, omdat het net vol zit. Het aandeel van de datasector in de Nederlandse elektriciteitsvraag stijgt naar verwachting van ongeveer 5 naar 15 procent in 2030. In regio's met netcongestie gaat vrijgekomen capaciteit eerst naar woningbouw en vitale voorzieningen. Datacenters staan niet vooraan. Dat is geen technisch detail maar een politieke keuze over wie de schaarse stroom mag gebruiken.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen welke kant dit opgaat. Eerst de verhouding tussen geplande en daadwerkelijk aangesloten datacentercapaciteit: blijft de helft hangen, dan is een deel van de AI-vraag papier. Ten tweede de brandstofmix achter nieuwe datacenters in het Midden-Oosten, want gas of zon bepaalt of AI-groei de emissies vastzet of juist verschuift. Ten derde de Nederlandse prioriteringskaders voor netaansluitingen, die laten zien hoe een samenleving schaarste verdeelt zodra de vraag het aanbod voorbijstreeft.