Een put in 21 dagen: de boor leert snel, Nederland boort te weinig om iets te leren
Op 8 juli 2026 meldde Fervo Energy dat het in Utah een put had geboord van 19.448 voet, bijna 5.930 meter, in 21 dagen. Die put, Sawtooth 7, heeft een horizontaal deel van 7.500 voet en zit in gesteente van 460 graden Fahrenheit, ruim 238 graden Celsius. Vier jaar eerder had hetzelfde bedrijf 70 dagen nodig voor een put van 11.220 voet in gesteente van 350 graden Fahrenheit. Dieper, heter, langer, en toch 70 procent minder boortijd.
Dat is geen doorbraak in de natuurkunde. Het is een leercurve. Sawtooth 7 was de negende put in dezelfde serie, met hetzelfde ontwerp, geboord door hetzelfde team. Fervo zegt daarmee op koers te liggen voor 5.500 dollar per kilowatt geinstalleerd vermogen bij de tweede fase van het project, met 3.000 dollar per kilowatt als doel.
Vergelijk dat met Nederland. In 2025 werd hier 7,7 petajoule aardwarmte geproduceerd, tegen 7,5 petajoule in 2024. Een groei van 2,7 procent, uit 32 productieputten op 30 locaties. De Rijksambitie is 80 petajoule in 2050. Vanaf 7,7 petajoule betekent dat 25 jaar lang bijna 10 procent groei per jaar. Bij het huidige tempo wordt dat getal niet gehaald, en niet omdat de boortechniek tekortschiet.
Hoe we hier kwamen
Aardwarmte was decennialang duur om een eenvoudige reden: elke put was een prototype. De ondergrond verschilt per locatie, de boorploeg wisselt per project, en de kennis uit de vorige put verdwijnt in het archief van een ander bedrijf. Onder die omstandigheden is er geen leercurve, alleen een reeks losse gokken met een geologisch risico van tientallen miljoenen euro per stuk.
Wat Fervo doet is het schaliegasrecept toepassen op warm gesteente: horizontaal boren, dezelfde put steeds opnieuw bouwen, en de tijdwinst per iteratie meten. De techniek is niet nieuw. De organisatievorm wel. De kosten dalen omdat het aantal herhalingen stijgt, niet omdat er iets is uitgevonden.
Nederland boort een ander type put. Hier gaat het om hydrothermale winning uit watervoerende zandlagen op twee tot drie kilometer diepte, niet om het openbreken van heet droog gesteente. De geologie is gunstiger en de putten zijn goedkoper. Maar het aantal boringen per jaar is zo laag dat er nauwelijks herhaling optreedt. Wie in vijf jaar vier putten boort, leert vier keer iets. Wie in vijf jaar veertig putten boort, leert veertig keer.
De economie erachter
Het Amerikaanse nationale laboratorium in de Rockies schat de huidige kosten van verbeterde geothermie op ongeveer 140 dollar per megawattuur, met 100 dollar in 2035 als projectie. Het Amerikaanse ministerie van Energie mikte in 2024 op 60 tot 70 dollar per megawattuur in 2030. Ter vergelijking: denktank Ember rekende voor dat zon met batterij buiten China en de Verenigde Staten uitkomt op gemiddeld 76 dollar per megawattuur, opgebouwd uit 43 dollar zon en 33 dollar opslag.
Geothermie moet dus onder een bewegend doelwit duiken. Dat is precies waarom de leercurve telt: alleen herhaling verlaagt de kosten snel genoeg. En zelfs dan is elektriciteit uit geothermie in Noordwest-Europa nauwelijks concurrerend. De echte waarde zit in warmte, waar de concurrentie aardgas is en geen zonnepaneel.
Daar wringt het Nederlandse probleem. Het knelpunt zit niet in de boor, maar in de afzet en de financiering. Aardwarmte in Nederland gaat vooral naar de glastuinbouw. Projecten in de gebouwde omgeving blijven achter door onzekerheid rond warmtenetten, de Wet collectieve warmte en netcongestie. De RNES-garantieregeling, die het geologische misboorrisico afdekte, is door het kabinet niet opnieuw opengesteld. In juli 2026 verscheen een rapport van Fakton Energy in opdracht van Invest-NL, EBN en Geothermie Nederland dat vier instrumenten voorstelt, met als basis een herijkte garantieregeling naar Frans of Duits model.
Wie het risico van de eerste put niet afdekt, krijgt geen tiende put. En zonder tiende put geen leercurve.
Implicatie voor de energie-stack
Dit is een schoolvoorbeeld van ontworpen schaarste in de energie-stack. De warmte zit onder Nederland, meetbaar en in ruime hoeveelheid. De techniek om hem op te halen bestaat en wordt elders elk kwartaal goedkoper. Wat ontbreekt is een institutionele structuur die herhaling mogelijk maakt: een garantieregeling die het eerste-putrisico draagt, warmtenetten die de afzet zeker stellen, en vergunningverlening die voorspelbaar genoeg is om een boorprogramma van tien putten te plannen in plaats van een enkele put.
De 7,7 petajoule van 2025 bespaart nu al circa 220 miljoen kubieke meter aardgas en 413.000 ton CO2 per jaar, ongeveer het gasverbruik van 256.000 huishoudens. Dat is geen marginale bijdrage. Het is een bewijs dat de bron werkt en dat de rem elders zit. Meer bewegingen in deze richting staan in de ontwikkelingen-feed.
Een waarschuwing hoort erbij. Goedkopere warmte verlaagt de prikkel om eerst te isoleren, en een kas die goedkoop verwarmt, verwarmt vaak meer. De winst van een leercurve verdampt als de vraag even hard meegroeit.
Wat te volgen
Drie indicatoren voor de komende twaalf maanden. Ten eerste het aantal nieuwe Nederlandse productieputten dat daadwerkelijk de grond in gaat, want dat getal bepaalt of er iets te leren valt. Ten tweede het besluit over een vervanger van de RNES-garantieregeling, inclusief de vraag of het geologische risico publiek of privaat wordt gedragen. Ten derde de eerste stroomlevering van Fervo Cape Phase I, aangekondigd voor later dit jaar, en of de kosten per kilowatt zich houden aan de opgegeven curve.