De aardwarmte was er altijd, de boorkosten stonden in de weg
In oktober 2026 koppelt het Amerikaanse bedrijf Fervo Energy de eerste 100 megawatt van zijn Cape Station-project in Utah aan het stroomnet. Het is de eerste commerciële installatie ter wereld die stroom maakt uit hete, droge steen in plaats van uit natuurlijke heetwaterbronnen. De warmte zat daar al miljoenen jaren. Wat veranderde, is de prijs om erbij te komen.
Die prijs daalt snel. Fervo boorde zijn eerste vier horizontale putten op Cape Station voor 9,4 miljoen dollar per put. De recentste putten kostten 4,8 miljoen dollar, bijna een halvering (bron: Canary Media). De snelste put stond er in 21 dagen, een reductie van 70 procent in boortijd ten opzichte van de eerste put (bron: Geothermal Rising). De techniek is geen toeval: het zijn de horizontale boor- en stimulatiemethoden uit de Amerikaanse schalievelden, nu gericht op warmte in plaats van gas.
Dit is het patroon dat telkens terugkeert. De grondstof, hier de aardwarmte, is in feite onuitputtelijk. De schaarste zat in een ontwerpkeuze: de techniek om er overal bij te komen bestond nog niet, dus bleef geothermie een nichebron.
Waarom aardwarmte een niche bleef
Klassieke geothermie werkt alleen waar de natuur het werk al deed: poreus gesteente, gevuld met heet water, dicht onder de oppervlakte. Denk aan IJsland of de velden van Larderello in Italië. Zulke plekken zijn zeldzaam. Daardoor bleef geothermie wereldwijd klein, ook al ligt onder vrijwel elk continent hitte.
Enhanced geothermal systems, afgekort EGS, halen die beperking weg. Ingenieurs boren enkele kilometers diep in heet maar ondoorlatend gesteente, pompen water onder druk naar binnen en maken zo een kunstmatig scheurennetwerk. Het water komt heet terug en drijft een turbine aan. Het Internationaal Energieagentschap schat dat de technische potentie van EGS tot 8 kilometer diepte ongeveer 2.000 keer groter is dan die van klassieke geothermie (bron: IEA, 2024). De hitte was nooit het probleem. De toegang wel.
De economie erachter
De kostencurve bepaalt of dit doorbreekt. Fervo levert nu tegen ongeveer 7.000 dollar per kilowatt geïnstalleerd vermogen, naar eigen zeggen concurrerend met nieuwe kerncentrales. Het doel is dat ruim te halveren naar 3.000 dollar per kilowatt. Op dat punt onderbiedt geothermie zelfs gas (bron: Canary Media). Het IEA rekent voor dat de kosten van geothermie tegen 2035 met 80 procent kunnen dalen, tot rond 50 dollar per megawattuur. Daarmee zou het de goedkoopste regelbare, koolstofarme stroombron worden, op gelijke hoogte met waterkracht (bron: IEA, 2024).
Het geld volgt die belofte. De investeringen in next-generation geothermie bereikten in 2025 ongeveer 2,2 miljard dollar, 80 procent meer dan een jaar eerder (bron: IEA). De grootste koper is opvallend: datacenters. Anders dan zon en wind levert aardwarmte continu vermogen, dag en nacht, en dat is precies wat een rekencentrum nodig heeft. Het IEA verwacht dat het wereldwijde stroomverbruik van datacenters tegen 2030 meer dan kan verdrievoudigen.
Daar zit ook een risico. Sommige leveringscontracten voor deze vaste stroom liggen rond 130 dollar per megawattuur, duurder dan zon, maar betaald omdat de stroom altijd beschikbaar is. De vraag is wie die schaarse vaste stroom eerst krijgt. Als hyperscalers de premie betalen, gaat de eerste schone basislaststroom naar compute, niet naar huishoudens. Een tweede-orde-effect dreigt bovendien: goedkope, schone, vaste stroom kan extra vraag oproepen in plaats van fossiele opwekking te verdringen.
Er is ook een fysiek risico. Het onder druk inpompen van water kan bevingen veroorzaken. In het Zuid-Koreaanse Pohang volgde in 2017 een aardbeving met magnitude 5,5 op de stimulatie van een EGS-put, de zwaarste bekende door geothermie veroorzaakte beving. Er viel een dode, er waren tientallen gewonden en zo'n 75 miljoen dollar directe schade, en het project werd stilgelegd (bron: Science, 2018). Moderne projecten werken met seismische monitoring en stoplichtprotocollen, maar het maatschappelijk draagvlak blijft een echte flessenhals.
Implicatie voor de energie-stack
Geothermie vult precies het gat dat in deze energie-stack telkens terugkeert: vaste stroom voor de uren dat de zon niet schijnt. Recente analyses op deze site over capaciteitsfactor en leveringszekerheid cirkelden om datzelfde tekort.
Nederland laat zien dat de flessenhals zelden de bron is. In 2025 produceerde het land 7,7 petajoule aardwarmte uit 32 putten, bijna allemaal als warmte voor de glastuinbouw, niet als elektriciteit (bron: Alles over Aardwarmte). De ambitie is 15 petajoule in 2030 en 80 in 2050. Toch stagneert de groei. De rem zit in subsidie, vergunningen en onzekerheid rond warmtenetten en de Wet collectieve warmte, niet in de hitte onder Nederland (bron: Geothermie Nederland). Zie ook de ontwikkelingen-feed voor de wekelijkse beweging in deze sector.
Wat te volgen
Drie indicatoren bepalen de komende twaalf maanden of deze doorbraak echt is. Eerste: haalt Cape Station de geplande 100 megawatt in oktober 2026, en tegen welke werkelijke kosten per kilowatt. Tweede: blijft de boorkost per put dalen richting de beloofde 3.000 dollar per kilowatt. Derde: verbreedt de afzet van vaste stroom zich van datacenters naar netten en huishoudens, of blijft de schone basislast geconcentreerd bij de grootste betalers. Voor Nederland is de maat eenvoudiger: of de hervorming van de SDE++ de aardwarmtegroei weer op gang trekt richting de 15 petajoule.